De officiële definitie, vastgesteld door het ministerie van VWS, geldt alleen voor mensen die onder de Wlz vallen. De overige wetten kennen deze definitie niet, maar sommige gemeenten hanteren in de uitvoering van de Wmo de definitie van VWS. Deze luidt:

Als een kleinschalig wooninitiatief als bedoeld in artikel 3.1.3, eerste lid, onderdeel a, van de wet (Wlz), wordt aangemerkt een woonsituatie waarbij:

  1. minimaal drie en maximaal zesentwintig bewoners een persoonsgebonden budget als bedoeld in de wet, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, de Jeugdwet of de Zorgverzekeringswet ontvangen voor zorg en hiervoor door bundeling van persoonsgebonden budgetten gezamenlijk de zorg inkopen en
  2. de bewoners verblijven op één woonadres als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet basisregistratie personen, of op verschillende woonadressen binnen een straal van honderd meter, waarin ten minste één gemeenschappelijke verblijfsruimte aanwezig is die geschikt is voor het ontplooien van gezamenlijke activiteiten.

Artikel 3.1.4 lid 2 Besluit langdurige zorg

Welke vormen zijn er?

Op hoofdlijnen onderscheiden we drie vormen, in de praktijk komen hierop verschillende variaties voor.

  • Ouderinitiatief (pgb)
    Op initiatief van ouders of naasten. Zij kunnen zich organiseren via een rechtsvorm (zoals een stichting). De zorg wordt ingekocht naar eigen keuze. Dit kan een bestaande zorgaanbieder zijn, maar ouders/naasten blijven altijd eindverantwoordelijk.
  • Wooninitiatief van een zorgondernemer (pgb)
    Op initiatief van een zorgondernemer, die een zorgaanbod ontwikkelt waar bewoners/ouders zich bij kunnen aansluiten. De mate van zeggenschap van ouders/naasten kan variëren.
    Ouders en zorgaanbieder kunnen ook van meet af aan samen optrekken, waardoor de eigen regie van ouders/bewoners en de professionele benadering van de zorgaanbieder hand in hand gaan. Ook komt het regelmatig voor dat een zorgondernemer ouder is van een (toekomstige) bewoner.
  • Wooninitiatief van een zorgaanbieder (zorg in natura of pgb)
    Opgericht door een bestaande zorgaanbieder. De kaders rondom zorg en wonen worden door deze organisatie bepaald. De mate waarin er al dan niet zeggenschap is van bewoners/ouders kan variëren. In de meeste gevallen is sprake van een scheiding tussen wonen en zorg, waarbij de zorg wordt ingekocht bij de zorgaanbieder en het huis in bezit is van een woningcorporatie. In sommige gevallen is het huis in bezit van de zorgaanbieder en is er sprake van twee aparte contracten (voor zorg en voor wonen).