Dit rapport over de huisbezoeken persoonsgebonden budget (pgb) in de Wet langdurige zorg (pgb-Wlz) wordt elk jaar gemaakt. Zorgverzekeraars Nederland (ZN) is daarvoor verantwoordelijk. In het rapport staat dat zorgkantoren tijdens de huisbezoeken gebruik maken van een landelijke, met het ministerie van VWS afgestemde, vragenlijst. Hierdoor ontstaat een landelijk beeld en kan een landelijke trend worden bepaald. Zorgkantoren kunnen hun uitvoering hierop aanscherpen. Doorontwikkeling van de landelijke vragenlijst is een continu aandachtspunt. Zo worden in de vragenlijst voor 2020 een aantal vragen geschrapt waardoor er meer ruimte ontstaat om een goed gesprek te voeren.

Meer bekend over (weinig) fraude

Zorgkantoren denken dat er een preventieve werking uitgaat van de huisbezoeken. Cijfers in het rapport geven aan dat er bij 1 procent van de bezochte budgethouders sprake is van een vermoeden van fraude en bij 3 procent een vermoeden bestaat van oneigenlijk gebruik. Het ontbreken van passende zorg in natura blijkt een risicofactor te zijn voor oneigenlijk gebruik (in 22 procent van de gevallen). In 31 procent van alle gevallen kiest men niet bewust voor een pgb, maar is de reden dat de zorgverlener geen contract heeft voor zorg in natura (zin). Ook dit kan oneigenlijk gebruik in de hand werken.

Zorgkantoren stellen vast dat de gewaarborgde hulp steeds vaker de zorg voor budgethouders organiseert en dit een positief effect heeft. Daarmee komt de verantwoordelijkheid voor de pgb-uitvoering te liggen bij iemand uit de vertrouwde omgeving van de budgethouder, iemand die hiervoor bekwaam is. Het beleid rondom de gewaarborgde hulp wordt dan ook voortgezet. Wel wordt opgeroepen de verantwoordelijkheden, taken en eisen aan de gewaarborgde hulp wettelijk te verankeren om daarmee onduidelijkheden te voorkomen en de belangen van de budgethouder beter te waarborgen.

Verder constateren de zorgkantoren dat

  • 96 procent van de Wlz-budgethouders tevreden is;
  • dat bij de budgethouders die niet tevreden zijn zorgkantoren er in 53 procent van de gevallen in slagen om de situatie te verbeteren;
  • regelmatig een huisbezoek belangrijk is, zodat er een evaluatiemoment is, waarop de zorg zo nodig kan worden aangepast;
  • er in 95 procent van de gevallen sprake is van passende zorg;
  • er in 90 procent van de gevallen sprake is van een passend budget (goed of voldoende);
  • mensen met een verstandelijke beperking de grootste groep vormen in de Wlz;
  • de meeste budgethouders in de Wlz de leeftijd hebben van 18-35 jaar;
  • het beheer van het pgb door een administratiekantoor is toegenomen tot 10 procent (Dit cijfer vinden wij aan de hoge kant. Het zegt wellicht iets over de complexiteit van het pgb. Daardoor zien budgethouders of hun vertegenwoordigers zich genoodzaakt de administratie uit te besteden).

Wat vinden wij?

Het is goed nieuws dat de cijfers aangeven dat pgb-fraude en oneigenlijk gebruik afnemen. Wij vinden het belangrijk dat fraude wordt aangepakt, maar dit moet niet ten koste gaan van de overgrote meerderheid van budgethouders die het pgb goed besteden. Wij zijn van mening dat een servicegericht huisbezoek door het zorgkantoor goed werkt. Budgethouders kunnen dan ter plekke om advies vragen als dat nodig is. Een goede toerusting van budgethouders aan ‘de voorkant’ is heel belangrijk. Wij zijn blij dat ruim 90 procent van de budgethouders tevreden zijn met hun zorg. Dit bevestigt des te meer het belang van het pgb en de keuzevrijheid om zelf je passende zorg te regelen.