De Centrale Raad van Beroep (CRvB) is de hoogste rechter op het gebied van het sociale bestuursrecht, het ambtenarenrecht en delen van het pensioenrecht. De uitspraak werd door veel gemeenten afgewacht, voordat zij aanpassingen aanbrengen in hun eigen Wmo-beleid. De CRvB sprak uit dat dit beleid moet berusten op objectief en onafhankelijk onderzoek naar de tijd die nodig is voor een schoon en leefbaar huis. Overleg met gecontracteerde zorgaanbieders en cliëntenraden is niet toereikend.

Eerste reactie

Advocaat Matthijs Vermaat: “Hiermee hebben we duidelijkheid. Iedereen die nog in procedure is, kan zijn voordeel hiermee doen. En voor diegenen die de bezwaartermijn hebben laten verlopen is er ook een oplossing: opnieuw melden. De gemeente zal dan met inachtneming van de uitspraak van de CRvB serieus onderzoek moeten gaan doen.”

Wat vindt Per Saldo?

Vooropgesteld: deze uitspraak gaat expliciet over huishoudelijk hulp. Verschillende gemeenten vonden dat huishoudelijke hulp niet onder de Wmo 2015 viel. Zij zijn in het ongelijk gesteld en dat is goed nieuws.

Verder is het voor budgethouders positief dat zij met deze uitspraak meer rechtszekerheid hebben gekregen. Een algemene voorziening toekennen mag, maar wel aan de hand van een objectief onderzoek, waarbij wordt aangegeven welk werkzaamheden worden verricht in welk tijdsbestek. Dat betekent dat hulp op grond van een ‘schoon en leefbaar huis’ niet meer mag. De gemeente moet dit onderbouwen, zodat je kunt bekijken of je daar genoeg aan hebt of vanwege je beperking meer hulp nodig hebt.

Als dat zo is, zo stelt de Centrale Raad, dan moet de gemeente altijd in de individuele situatie onderzoeken en motiveren of een maatwerkvoorziening al dan niet moet worden toegekend.

Advies Per Saldo

Dit betekent dat als je denkt dat je op grond van deze uitspraak tekort bent gedaan, je opnieuw een maatwerkvoorziening hulp bij huishouden kunt gaan aanvragen bij je gemeente. De gemeente moet dan binnen 2 weken een nieuwe beslissing nemen op deze aanvraag. Als je het niet eens bent met deze beslissing of niet binnen 2 weken een beslissing wordt genomen, kun je opnieuw juridisch actie ondernemen. Plusleden kunnen hierbij ondersteuning krijgen van Per Saldo.

De Centrale Raad oordeelt in de Utrechtse zaken dat:

  • huishoudelijke hulp een prestatie is die onder de Wmo 2015 valt en dat er geen enkel aanknopingspunt is dat de wetgever op dit punt heeft willen breken met de oude Wmo
    de gemeente huishoudelijke hulp mag aanbieden in de vorm van standaardmodules. Daarbij is wel vereist dat een passende bijdrage wordt geleverd aan de zelfredzaamheid van de betrokken inwoner. Het hangt van de individuele situatie af of moet worden afgeweken van de standaardmodule om dat resultaat te bereiken;
  • de basismodule van 78 uur schoonmaak per jaar niet berust op objectief en onafhankelijk onderzoek. Hierdoor ontbreekt inzicht in de vraag welk niveau van schoon voor een huishouden verantwoord is, welke activiteiten daarvoor nodig zijn, hoeveel tijd dat kost en hoe vaak dit moet worden gedaan om te kunnen spreken van een schone en leefbare woning of van schone en draagbare kleding

De uitkomst van deze hoger beroepen is dat de Centrale Raad alsnog bepaalt dat de betrokken inwoners het onder de oude Wmo toegekende aantal uren huishoudelijke hulp behouden.

De Centrale Raad oordeelt in de Aa en Hunze zaken dat:

  • onder de oude Wmo toegekende aanspraken op huishoudelijke hulp ook na 1 januari 2015 blijven gelden;
  • de gemeente de lopende aanspraken op basis van de Wmo 2015 wel kan wijzigen of beëindigen;
  • een systeem waarbij een gemeente huishoudelijke hulp aanbiedt als algemene voorziening niet in strijd is met de Wmo 2015. Wel moet een aanvullende maatwerkvoorziening worden verstrekt als dat nodig is voor iemands zelfredzaamheid;
  • in het geval van Aa en Hunze de algemene voorziening echter niet volgens de Wmo 2015 is vormgegeven, omdat de aangeboden voorziening inhoudt dat de betrokken inwoner de huishoudelijke hulp geheel zelf moet betalen. Daarom mocht de gemeente Aa en Hunze de betrokken inwoner niet verwijzen naar de algemene voorziening, maar moet zij eerst de regelgeving aanpassen, zodat deze voldoet aan de eisen van de Wmo 2015.

De uitkomst van dit hoger beroep is dat de Centrale Raad alsnog bepaalt dat de betrokken inwoner de oude zorg terugkrijgt tot december 2017. Wel is de gemeente bevoegd om die zorg voorafgaand aan december 2017 alsnog te wijzigen of te beëindigen, voor zover de nieuwe regelgeving dat toestaat.

In beroep gaan heeft weinig zin

Het oordeel van de Centrale Raad van Beroep is in deze zaken een eindoordeel. Partijen kunnen tegen deze uitspraken dan ook geen hoger beroep instellen. Zouden zij dit toch doen dan volgt dezelfde uitspraak. (Bron bovenstaande: www.rechtspraak.nl)

Volledige uitspraak

U kunt de volledige uitspraak lezen op de website van Rechtspraak.nl.