De rechtbank Gelderland deed op 9 februari uitspraak over de afwijzing van de gemeente Zutphen om een aantal uren pgb voor individuele begeleiding uit de Wmo toe te kennen. De budgethouder heeft toch recht op meer uren pgb.

Situatie van de budgethouder

Budgethouder is een 21-jarige vrouw met een aandoening in het autistisch spectrum en een verstandelijke beperking. Vanuit de Awbz had zij een indicatie voor begeleiding individueel, klasse 4 (7-10 uur). Zij kocht hiervoor begeleiding in bij haar moeder, bij Coaching Plus en bij trainingscentrum Vrakking (ondersteuning en training van haar assistentiehond). In 2015 vraagt de budgethouder een pgb aan voor individuele begeleiding bij de gemeente Zutphen. De gemeente schakelt een arts in die een advies uitbrengt.

Gemeente vergoedt 7 uur begeleiding

De arts concludeert dat het aantal uren uit de Awbz (7-10 uur) reëel is. Een deel van de ondersteuning door de moeder van de budgethouder dient volgens het advies als gebruikelijke zorg aangemerkt te worden. De gemeente stelt vast dat de budgethouder 7 uur begeleiding nodig heeft, waarvan 1,5 uur voor de professionele zorg.
De gemeente heeft voor de verschillende resultaatsgebieden (zoals persoonlijke verzorging, financiële administratie) de hulp ingeschat op een standaard aantal minuten per week. De overige zorg wordt als gebruikelijke hulp gezien.

Wat is gebruikelijke en wat is bovengebruikelijke hulp?

De rechtbank oordeelt dat de gemeente ten onrechte heeft nagelaten om objectieve inzichtelijke criteria te hanteren die in beleidsregels zijn vastgelegd en heeft nagelaten om (de omvang van) de zorgactiviteiten in kaart te brengen. Volgens de rechtbank had de gemeente eerst de totale hulpbehoefte van de budgethouder vast moeten stellen en daarna de omvang van de gebruikelijke hulp door de moeder, om zo te kunnen bepalen welke hulp bovengebruikelijk is. De rechtbank gaat er daarbij vanuit dat een deel van de hulp die de gemeente kennelijk als gebruikelijk beschouwt, vanwege algemeen aanvaarde opvattingen, redelijkerwijs niet van een ouder van een kind van 21 jaar verwacht mag worden.

Vergoeding van kosten voor het ‘middel’ assistentiehond

De budgethouder heeft aangegeven dat er geen vergoeding wordt aangevraagd voor de kosten van een assistentiehond, maar voor begeleiding van de budgethouder om haar sociale vaardigheden en participatie te vergroten. De assistentiehond wordt volgens haar bij de begeleiding ingezet als methodiek bij het vergroten van haar sociale vaardigheden. De rechtbank acht het aannemelijk dat de begeleiding tot doel heeft om de beperkingen in de zelfredzaamheid zoveel mogelijk op te heffen en participatie van de budgethouder te vergroten, waarbij de assistentiehond slechts als middel wordt ingezet. Daarom is de rechtbank het niet eens met de stelling van de gemeente dat de kosten van trainingscentrum Vrakking voor de begeleiding van de budgethouder met de asistentiehond op grond van de Wmo 2015 niet in aanmerking komen als maatwerkvoorziening.

Oordeel rechtbank

De rechtbank oordeelt dat de gemeente onvoldoende heeft gemotiveerd hoe zij tot het besluit gekomen is en daarom het beroep gegrond is. De rechtbank bepaalt dat de budgethouder een pgb krijgt voor 10 uur per week, waarvan 6 uur voor informele hulp, 3 uur voor Coaches Plus en 1 uur voor trainingscentrum Vrakking.

Meer informatie

Lees de hele Uitspraak rechtbank Gelderland 9 februari 2017 [pdf]