Op 26 augustus sprak de rechtbank in Roermond zich uit over een zaak die een moeder met een dochter met ASS had aangespannen tegen de gemeente Weert. De moeder stelt dat zij te weinig uren begeleiding heeft gekregen en het pgb-tarief begeleiding voor familieleden van € 7,17 te laag is. Op beide punten is zij door de rechtbank in het gelijk gesteld.

De gemeente Weert had aangevoerd dat moeder gebruikelijke zorg levert. De rechtbank is het daar niet mee is. Zij oordeelt dat het hierbij niet (enkel) gaat om gebruikelijke ouder-kind zorg. De rechtbank baseert zich daarbij op de verklaringen van de behandelend specialisten dat moeder de meest geschikte persoon is om haar kind te verzorgen en te begeleiden.

Toegekende uren individuele begeleiding te laag

Bij de aanvraag van de zorg is er gesproken over 25 uur begeleiding per week ,maar daarbij is door de moeder aangegeven dat er ook nog uren nodig zijn voor begeleiding tijdens de vakanties. De combinatie van het toegekende lagere uurtarief en het toegekende aantal uren maakt dat moeder onvoldoende uren ter beschikking heeft voor de momenten van schooluitval, de vakanties of voor het onderhouden van haar eigen sociale contacten.

Gelet op de specifieke problematiek van het kind is het daarbij ook niet mogelijk om bijvoorbeeld (even) een buurvrouw in te schakelen om op de dochter met ASS te letten. De gemeente Weert had aangegeven dat dan zorg in natura (ZIN)-begeleiding een oplossing kan bieden. Op de momenten dat ze ad hoc begeleiding nodig heeft is deze niet beschikbaar en in de vakanties is het te druk bij de ZIN-aanbieder. Daarom meent de rechtbank dat de gemeente niet had kunnen volstaan met het toekennen van 25 uur individuele begeleiding per week.

Uurtarief is te laag

De rechtbank heeft bekeken of de aard van de zorg voor en begeleiding van de dochter verder gaat dan de gebruikelijke zorg van een ouder voor een kind. In het kader van die specifieke zorg is er tussen eiseres en haar moeder, die in het verleden ook werkzaam is geweest als ziekenverzorgende, een arbeidsovereenkomst afgesloten. Daarom kon de gemeente hier niet volstaan met een uurtarief dat bedoeld is voor individuele begeleiding door naaste familie. Het door eiseres gevraagde uurtarief van € 12,60, ligt nog onder het in 2014 geldende tarief van € 13,46 voor begeleiding individueel voor een niet-professional in loondienst De rechtbank vindt het bedrag daarom niet buitenproportioneel.

Analyse uitspraak

Goed dat de rechtbank heeft uitgesproken dat het pgb-tarief van € 7,17 voor deze budgethouder van de baan is. Toch brengt deze uitspraak nog niet de gehoopte duidelijkheid over de vraag of een pgb-tarief van € 7,17 als familie-tarief altijd te laag is. Dat heeft te maken met enkele speciale omstandigheden die specifiek voor deze budgethouder gelden. Zo hebben de behandelaars verklaard dat de moeder de meest geschikte persoon is om deze zorg te verlenen aan de budgethouder.

Verder vindt de rechtbank het van belang dat er tussen de budgethouder en de moeder, die in het verleden ook werkzaam is geweest als ziekenverzorgende, een arbeidsovereenkomst is afgesloten. Daarom heeft de gemeente Weert niet kunnen volstaan met het uurtarief dat bedoeld is voor individuele begeleiding door naaste familie. Tenslotte vindt de rechtbank het gevraagde tarief van € 12,60 acceptabel omdat het nog ligt onder het in 2014 geldende tarief van € 13,46 voor begeleiding individueel voor een niet-professional in loondienst. De rechtbank spreekt zich dus niet uit over de vraag of het tarief van € 7,17 voor naaste familie of het tarief van € 13,46 voor begeleiding individueel voor een niet-professional een passend pgb-tarief is.

Het advocatenkantoor Van der Woude de Graaf advocaten, waarmee Per Saldo samenwerkt, is bezig met een beroepszaak bij deze rechtbank over de vraag of € 7,17 een te laag pgb- tarief is voor begeleiding door naaste familie. Die zitting vindt binnenkort plaats. Hopelijk spreekt de rechtbank in de uitspraak in die zaak wel duidelijk uit dat een pgb-tarief van € 7,17 voor begeleiding door naaste familie te laag is.

Meer informatie staat in de uitspraak Rechtbank Limburg 26082016