Meestal komt iemand van de gemeente thuis langs: daar komt de naam ‘keukentafelgesprek’ vandaan. Het gesprek kan ook bij de gemeente plaatsvinden. Wil je niet dat iemand bij jou thuis langskomt? Laat dat dan aan de gemeente weten.

Hoe bereid je je voor op het gesprek?

  • Zorg dat je op de hoogte bent van de soorten zorg die er zijn.
  • Zorg dat je weet wie er van de gemeente bij het gesprek aanwezig is.
  • Maak een lijstje met vragen die je wilt stellen. Zo vergeet je niets.
  • Bedenk welke zorg je precies nodig hebt.
  • Bedenk wat familie en vrienden voor je kunnen doen. Zorg van familie en vrienden heet mantelzorg. Dit is altijd vrijwillig.

Kom je er niet uit? Dan kan een onafhankelijk cliëntondersteuner je helpen. Als het goed is, wijst de gemeente je op die mogelijkheid. Een cliëntondersteuner geeft gratis informatie en advies. Hij kan je onder andere helpen het gesprek voor te bereiden.

De beste manier om je op het gesprek voor te bereiden, is met een persoonlijk plan (Wmo). In dit plan beschrijf welke beperkingen je hebt en wat je persoonlijke wensen en behoeften zijn. Bij een aanvraag via de Jeugdwet kunnen ouders een familiegroepsplan maken.

Wie is er bij het gesprek aanwezig?

Het is handig dat er iemand bij het gesprek aanwezig is die jou kan helpen of aanvullen. Denk aan een familielid, partner, zorgverlener of iemand anders die je vertrouwt. Je kunt ook de cliëntondersteuner vragen om bij het gesprek aanwezig te zijn.

Waar gaat het gesprek over?

In het gesprek kijk je samen met de gemeente hoe je leven er nu uitziet, waar je vastloopt en hoe dat komt. Daarna gaan jullie na welke zorg je nodig hebt. Daarbij bespreek je:

  • wat je zelf kunt oplossen, bijvoorbeeld met een maaltijdservice of boodschappendienst;
  • wat familie en vrienden voor je kunnen doen (mantelzorg);
  • welke zorg je vraagt van de gemeente;
  • waarom je kiest voor een pgb en niet voor zorg in natura.

De gemeente kan tijdens het gesprek extra gegevens vragen, bijvoorbeeld over jouw beperkingen. Dat mag alleen als die gegevens nodig zijn om jouw aanvraag te kunnen beoordelen. Soms vraagt de gemeente toestemming om je medische dossier in te zien. Daar heeft ze jouw handtekening voor nodig.

De gemeente maakt een gespreksverslag. Vraag wanneer je dat verslag krijgt. Vraag ook met wie je contact kunt opnemen als je vragen of aanvullingen hebt.

Het is handig om tijdens het gesprek aantekeningen te maken. Zo kun je nalezen wat jullie hebben besproken en welke afspraken jullie hebben gemaakt. Je kunt ook vragen of je het gesprek mag opnemen met je telefoon.

Wat staat er in het gespreksverslag?

In het gespreksverslag staat welke zorg je volgens de gemeente nodig hebt. Gaat het om bijvoorbeeld begeleiding of huishoudelijke hulp? Dan staat in het verslag ook hoeveel uren of dagdelen zorg je krijgt. Verder staat in het gespreksverslag of de gemeente akkoord gaat met een pgb. Soms noemt de gemeente ook al het pgb-bedrag.

Wat moet je met het gespreksverslag doen?

Controleer het gespreksverslag goed. Je kunt het verslag ook laten lezen aan iemand anders, bijvoorbeeld de persoon die bij het gesprek aanwezig was. Vergelijk het verslag met je eigen aantekeningen of de opname van het gesprek. Klopt het wat er staat? Mis je dingen? En het belangrijkste: past de zorg die de gemeente aanbiedt bij wat je nodig hebt?

Ben je het eens met het verslag en de zorg die de gemeente aanbiedt? Dan onderteken je het verslag en stuur je het zo snel mogelijk terug naar de gemeente.

Ben je het niet eens met de inhoud van het gespreksverslag? Dan zet je onder het verslag ‘gezien maar niet akkoord’. Zet er ook bij waarom je het er niet mee eens bent. Stuur het verslag zo snel mogelijk terug naar de gemeente. Je kunt nog geen bezwaar maken: dat kan pas als de gemeente een besluit heeft genomen.

Hoe nu verder?

Nadat je het verslag hebt teruggestuurd, neemt de gemeente binnen 2 weken een besluit.

  1. Vervangende zorg voor bijvoorbeeld kind, partner of ouder zodat de mantelzorger niet overbelast raakt. ↩︎
  2. Vervangende zorg voor bijvoorbeeld kind, partner of ouder zodat de mantelzorger niet overbelast raakt. ↩︎