Minister Mirjam Sterk woont in Houten met haar man en hun hond. Ze hebben 3 kinderen, waarvan er inmiddels één op kamers woont. Voordat zij minister werd, was ze provinciebestuurder in Utrecht. Tot 2012 was Sterk 10 jaar Kamerlid. Sommige budgethouders kennen haar misschien nog uit die tijd.
Dit is een interview uit ons ledenmagazine EigenWijs nr. 1 2026.
Was u al bekend met het persoonsgebonden budget (pgb)?
Daar ben ik zeker mee bekend. Bijvoorbeeld vanuit mijn tijd als Kamerlid. Maar natuurlijk ook uit de tijd dat ik directeur was van MEENL, de grootste landelijke aanbieder van cliëntondersteuning voor mensen met een beperking of een chronische ziekte. MEE had en heeft veel te maken met budgethouders.
Vindt u het pgb belangrijk?
Het persoonsgebonden budget is natuurlijk heel belangrijk. Ik vind het een grote eer om er politiek verantwoordelijk voor te zijn. En ik ben enthousiast om me er verder in te verdiepen. Het pgb stelt mensen in staat om zelf regie te voeren over de wijze waarop ze hun zorg en ondersteuning ontvangen. Dit draagt bij aan maatwerk, kwaliteit van leven en het kunnen meedoen in de samenleving. Zelf zorg inkopen, brengt natuurlijk ook veel verantwoordelijkheden met zich mee. Budgethouders moeten daar bewust voor kunnen kiezen. Dus het is heel belangrijk dat de voorlichting daarover optimaal is.

Welke pgb-speerpunten uit vorige regeerperiodes wilt u meenemen in deze nieuwe regeerperiode?
Op het moment van dit interview ben ik nog geen twee maanden aan de slag als bewindspersoon. Dat betekent dat ik nog volop bezig ben om mij in allerlei zaken goed te verdiepen. En tegelijkertijd zijn er ook al allerlei Kamerdebatten. Om heel eerlijk te zijn, voelt het soms een beetje alsof ik tentamen doe terwijl ik geen werkcolleges heb gevolgd. In ieder geval vind ik het voor budgethouders heel belangrijk om niet zomaar dingen te veranderen. Ik hecht aan continuïteit. Daarom bouw ik voort op drie dingen. De eerste is: eigen regie en bewuste keuze van budgethouders centraal stellen. Daarnaast vind ik het heel belangrijk om het gebruik van pgb’s duidelijker te maken voor gemeenten, zorgkantoren en verzekeraars en zeker ook voor budgethouders. En te zorgen dat oneigenlijk gebruik van pgb’s wordt aangepakt. Het derde punt dat ik belangrijk vind, is onderzoeken of en hoe het mogelijk is om een oplossing te vinden voor de spanning tussen het budgethouderschap en het werkgeverschap. Deze drie speerpunten zijn belangrijk om het vertrouwen in het pgb te behouden zodat het toekomstbestendig is en blijft. En daar hoort natuurlijk ook goede ondersteuning van budgethouders bij.
In het regeerakkoord lezen wij uw plannen om in de Wet langdurige zorg (Wlz) Zorg in natura voorliggend te maken op het pgb. Kunt u dit toelichten?
Mijn collega’s van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport voeren verkennende gesprekken met allerlei betrokken partijen over die term ‘voorliggendheid’. Ik heb gemerkt dat het sterke reacties oproept. Maar ook dat veel mensen het verschillend interpreteren. Daarom wil ik vanuit die verkennende gesprekken uitwerken hoe we hiermee verder gaan. Ik wil daarbij óók goed kijken hoe de keuzevrijheid die zo van belang is voor mensen, behouden kan blijven. Mijn inzet daarbij is dat het pgb waardevol is voor mensen die aantoonbaar gebaat zijn bij zelfstandige inkoop van hun zorg. Mensen die weten wat het inhoudt om een pgb te beheren en goed in staat zijn tot het voeren van eigen regie en vanuit een positieve keuze budgethouder worden.
Zowel minister Helder als staatssecretaris Maeijer wilden de administratieve lasten van budgethouders verminderen. Hoe staat u hierin en wat zijn uw plannen op dit gebied?
Het verminderen van administratieve lasten is echt een grote prioriteit voor mij. Maar de manier waarop we dingen hebben geregeld, is vaak weerbarstig. Vermindering van administratieve lasten bij budgethouders kan bijvoorbeeld leiden tot vergroting van de administratieve lasten bij uitvoerders. En dan heb je toch het gevoel dat je niet opschiet. Iedereen is het er gelukkig over eens dat het eenvoudiger kan en moet. We kijken bijvoorbeeld samen met ketenpartijen naar zogenaamd laaghangend fruit. Dan kun je denken aan zorgen dat formulieren zo veel mogelijk hetzelfde zijn en goed op elkaar aansluiten of zorgen voor een ‘warme overdracht’. Daar is helaas nog niet zoveel uitgekomen en dat moet natuurlijk wel. Dus ik ga kijken hoe we dat dan wel voor elkaar krijgen. Hier is echt nog werk aan de winkel voor ons allemaal! Wat ik gelukkig wel zie is dat het PGB Portaal en de Sociale Verzekeringsbank budgethouders goed ondersteunen.
Vindt u de samenwerking met een organisatie als Per Saldo belangrijk?
Ja, natuurlijk. Die samenwerking is super belangrijk. Per Saldo kan opkomen voor de belangen van budgethouders en knelpunten uit de praktijk signaleren. Dat neem ik heel serieus en daarom investeer ik in de samenwerking met Per Saldo. Niet alleen met geld via een subsidie maar ook met tijd. Er is veel overleg tussen mijn medewerkers en vertegenwoordigers van Per Saldo. En dat blijven we doen. Ik zie er ook naar uit om daar zelf bij betrokken te zijn. Ik heb rond het wetgevingsoverleg in de Tweede Kamer over gehandicaptenzorg al met verschillende mensen van Per Saldo kennisgemaakt. Wat mij betreft was dat de start van een lange relatie, zodat ik ook met regelmaat zelf van jullie kan horen wat er beter kan. En hopelijk ook wat er goed gaat!
Hoe ziet u de toekomst van het pgb?
Ik zie een toekomst waarin het pgb een duurzaam instrument blijft voor mensen die, ondanks de zorg die ze nodig hebben, willen blijven meedoen in de samenleving. En daarvoor zelfstandig hun zorg inkopen, regie voeren op die zorg én ook de lasten kunnen en willen dragen die daarbij komen kijken.