Beschikkingsarm en beschikkingsvrij

Een gemeente moet goed onderzoeken wat er nodig is aan ondersteuning. Het resultaat daarvan komt in de beschikking te staan. Sommige gemeenten geven helemaal geen beschikking af, dat noemen we beschikkingsarm indiceren. Of er komt alleen een beschikking als iemand erom vraagt, dat noemen we beschikkingsvrij indiceren.

Budgethouders zouden altijd een beschikking moeten krijgen, ook zonder dat ze hierom moeten vragen. Niet iedereen is ervan op de hoogte dat ze hun beschikking mogen opvragen. Beschikkingsarm of beschikkingsvrij indiceren mag niet. Per Saldo zet zich er al jaren voor in om dit tegen te gaan. Een onderbouwde beschikking is onderdeel van de rechtsbescherming van burgers. Dit houdt in dat mensen in bezwaar of in beroep kunnen gaan, als er een voorstel ligt dat niet past bij de hulpvraag. Je hebt een beschikking nodig om dat te kunnen doen. Het probleem bij beschikkingsvrij en beschikkingsarm indiceren is dus dat je geen enkele rechtsbescherming hebt. Als niet elke budgethouder een beschikking ontvangt, ontstaat bovendien rechtsongelijkheid.

De CRvB stelde in 2018 al dat beschikkingsvrij indiceren de aanvrager onvoldoende rechtszekerheid geeft. Dat betekent dat een tijdseenheid die afgestemd is op de situatie van de cliënt opgenomen moet worden in de beschikking, bijvoorbeeld 2 uur begeleiding per week (ECLI:NL:CRVB:2018:3241, Centrale Raad van Beroep, 18/4138 WMO15-VV).

Meld je ervaring

Heb jij hier ook mee te maken? Meld het dan aan ons!

Passend beschikken

Bij het verstrekken van een beschikking of indicatie wordt ook de looptijd hiervan bepaald. Mensen met een levenslange, levensbrede beperking krijgen nu nog vaak een indicatie voor een kortere periode, van enkele maanden tot 1 of 2 jaar. Wij vinden dat de looptijd van de beschikking passend moet zijn bij de beperking en pleiten voor meer langdurige beschikkingen.

Lees hier meer over passend beschikken