In afwachting van de nieuwe handreiking vinden wij het belangrijk dat zorgverzekeraars geïndiceerde zorg niet meer afwijzen. Dat gebeurt helaas nog altijd. We vroegen de Kamerleden of zij de minister nog een keer willen vragen dit voortaan te voorkomen. Verder vinden wij dat de volgende punten terug moeten komen in de definitieve handreiking:

  • Voorkom willekeur en maak gebruik van een kinderverpleegkundige die zonder eigenbelang, onafhankelijk van een organisatie, indiceert.
  • Stel de indicatie vast op grond van argumenten: beschrijf in duidelijke woorden die slechts voor één uitleg vatbaar zijn, waarom het kind deze zorgbehoefte heeft. Wij noemen dit onderbouwd maatwerk.
  • De handreiking kindzorg moet duidelijk zijn en op maar één manier uitlegbaar.
  • Volg het Medisch Kindzorg Systeem en het stappenplan.
  • Stel eerst de indicatie vast, daarna de leveringsvorm: zorg in natura of pgb.
  • Betrek de ouders en het kind erbij, als gelijkwaardige partij; neem beslissingen over de aard en omvang van de zorg samen met de ouders en hun kind en houd daarbij het belang van het gehele gezin in het oog.
  • Bij de keuze voor een pgb is de keuze aan de ouders en het kind wie de geïndiceerde zorg gaat uitvoeren: formele of informele zorgverleners.
  • Zorg ervoor dat ouders naast de zorg voor hun kind de ruimte houden voor andere bezigheden.

Het debat

De teneur in het debat was dat dit een probleem is wat er niet had hoeven zijn en daarom moet worden opgelost. Kamerleden zeiden onder meer dat:

  • nog altijd is niet duidelijk wat je wel en niet van het netwerk mag verwachten; de handreiking biedt hiervoor geen oplossing;
  • de kennis van ouders en hoofdbehandelaar een belangrijke rol moeten spelen;
  • ouders juist degenen zijn die de professionele zorg ontlasten, getraind in de handelingen speciaal gericht op hun eigen kind;
  • niet de verzekeraar, maar de driehoek van ouders, kinderarts en wijkverpleegkundige moet bepalen wat nodig is.

De minister

Ook hij geeft aan dat de indicatie onafhankelijk gesteld moet worden en beter onderbouwd. De handreiking moet ervoor zorgen dat er voldoende aanknopingspunten zijn om dit mogelijk te maken, waarna de verzekeraar de indicatie niet meer hoeft bij te stellen. De Kamerleden vinden deze toezegging nog niet genoeg. Daarmee neemt de minister de huidige onzekerheid onder ouders nog niet voldoende weg.

Wat vinden wij?

Op dit moment komt het voor dat zorg die ouders zelf kunnen geven niet wordt geïndiceerd. Wij vinden dat onaanvaardbaar. Net als in de andere zorgwetten moet eerst de zorgbehoefte worden vastgesteld, onafhankelijk van degenen die het gaan uitvoeren. Vervolgens moet informele zorg door naasten mogelijk zijn. De minister lijkt dit onvoldoende in beeld te hebben.

Verder willen we de aandacht vestigen op de positieve stappen die ook zijn gezet. V&VN betrekt ons nu wel degelijk bij de herziening van de handreiking. Maar ondanks verbeterpunten zijn we nog altijd niet tevreden. Ook de koppeling met de uitleg die Zorginstituut Nederland aan het schrijven is over ouderlijke zorg komt nog onvoldoende terug in de handreiking.

Deze handreiking is voor ons een eerste stap op weg naar een betere indicatiestelling en passende zorg. Het is belangrijk om goed vast te leggen wat van het netwerk verwacht kan worden. Behalve bij kinderen is dit ook belangrijk bij de zorg aan meerderjarigen. Wij verwachten dat de handreiking hier ook invloed op zal hebben. De handreiking zal houvast bieden bij het bepalen wat van het netwerk verwacht kan worden, maar zal geen oplossing zijn.

Eerdere berichten over dit onderwerp

Volledige brief van 4 organisaties

Brief Tweede Kamer handreiking kindzorg debat 5 november 2020