Er is dit jaar een tijdelijke uitzondering gemaakt voor de budgethouders die al in 2017 een overeenkomst met een partner of familielid in de 1e of 2e graad hebben afgesloten, en minder betalen dan het minimumloon. De minister heeft besloten deze uitzondering te maken, omdat hij vindt dat budgethouders niet verplicht moeten worden om zorgverleners uit het sociale netwerk het minimumloon te moeten betalen. De uitzondering loopt 1 mei 2019 af (dit was eerst 1 januari 2019).

Om een structurele oplossing te bieden heeft het ministerie daarom twee maatregelen opgesteld.
1. Een lage symbolische vergoeding uit het PGB.
2. Een onkostenvergoeding uit het PGB.

Deze maatregelen gaan alleen gelden voor de Wmo en de Jeugdwet en alleen voor hulp uit het sociaal netwerk. In de Wet langdurige zorg (Wlz) en de Zorgverzekeringswet (Zvw) moeten alle zorgverleners het minimumloon ontvangen.

Omdat gemeenten beleidsvrijheid hebben, mag iedere gemeente voor zichzelf bepalen of ze gebruik gaan maken van deze maatregelen. Als de gemeenten besluiten geen gebruik van de maatregelen te maken, moet voldaan worden aan de algemene regels van de Wet minimumloon.

De twee maatregelen zijn vanaf 1 mei 2019 beschikbaar.

Maatregel 1: Een symbolische lage vergoeding uit het PGB

Het wordt voor budgethouders mogelijk om uit het PGB een symbolisch bedrag van maximaal € 141,00 per maand uit te laten betalen door de SVB aan personen uit het sociale netwerk die aan de budgethouder hulp verlenen. Deze maatregel kan gebruikt worden door budgethouders (mits de gemeente dit in haar verordening heeft opgenomen) met een PGB op basis van de Wmo 2015 en de Jeugdwet.

Let op! Over het bedrag van maximaal € 141,00 per maand moet degene die de hulp levert nog wel belasting betalen.

Als budgethouder heb je dus twee keuzes: je betaalt tenminste het minimumloon aan de zorgverlener óf je betaalt maximaal € 141,00 per maand aan uw hulp . Uw gemeente kan ook een lager maximum vaststellen. Informeer bij uw gemeente wat in uw situatie past.

Maatregel 2: Een onkostenvergoeding uit het PGB

Met deze maatregel kan de hulpverlener uit het sociaal netwerk onkosten vergoed krijgen uit het PGB. Deze regeling geldt alleen voor de Wmo en de Jeugdwet.

Vooraf wordt door de gemeente een vast bedrag vastgelegd dat je kunt krijgen voor eten/drinken, reiskosten, kleding t.b.v. hulp en schoonmaakartikelen. Indien je hier als budgethouder een beroep op doet, en de gemeente heeft dit (vooraf) goedgekeurd, dan hoef je richting de SVB geen bonnetjes op te sturen.

Hoe kunt u declareren?

Zoals al is aangegeven gelden de maatregelen alleen voor het gemeentelijk domein. Informeer bij uw gemeente of u ook gebruik kunt maken van de regeling.

Indien u gebruikt wilt maken van de maatregelen moeten u en degene die de hulp vanuit het sociale netwerk gaat leveren samen een verklaring van de SVB invullen.  Vervolgens moet de gemeente deze verklaring eerst goedkeuren voordat de SVB over kan gaan tot betaling. In het formulier verklaren u en uw hulp dat sprake is van vrijwillige hulp aan familie of een vriendendienst en dat hiervoor de symbolische vergoeding of onkostenvergoeding tegenover staat.

Let op!

U kunt geen gebruik maken van bovenstaande maatregelen indien u een zorgovereenkomst heeft of afsluit met uw zorgverlener. Het blijft wel altijd mogelijk dat de budgethouder ervoor kiest om toch het minimumloon aan zijn ondersteuner uit het sociaal netwerk te betalen, middels een overeenkomst van opdracht.

Verlenging uitzondering

Omdat het niet uitvoerbaar blijkt te zijn om de nieuwe maatregelen nog voor 2019 in te voeren is besloten om de uitzonderingregel die in 2018 geldt, te verlengen tot 1 mei 2019 . Vanaf 1 mei 2019 zullen de nieuwe maatregelen beschikbaar zijn.

Vragen

Indien u nog vragen heeft kunt u contact opnemen met Per Saldo, de SVB en/of uw gemeente.

Wat vindt Per Saldo?

Wij hadden graag een andere oplossing gezien voor budgethouders die naasten een bedrag onder het minimumloon willen betalen, bijvoorbeeld door de tijdelijke uitzondering in 2018 om te zetten naar een structurele uitzondering. Dit bleek helaas niet haalbaar, het ministerie van sociale zaken en werkgelegenheid (die over de Wml gaat) wilde hier niet in meegaan. Voor de budgethouder en zijn hulpverlener die zelf besluiten dat geen sprake is van een arbeidsrelatie is weinig anders mogelijk dan enkel deze lage vergoeding. Er is een groot ‘gat’ tussen aan de ene kant deze vergoeding en aan de andere kant de arbeidsrelatie met daarbij het minimumloon of hoger.

Verder zijn wij van mening dat een symbolisch bedrag niet belast zou moeten zijn en vinden wij het vreemd dat gemeenten beleidsvrijheid hebben om te bepalen of ze deze landelijke maatregelen aanbieden aan hun burgers.

Meer informatie

Lees de ministeriële regeling over de nieuwe maatregelen.