Ruim drie kwart van de Nederlandse gemeenten zet het geld dat bedoeld is voor huishoudelijke hulp binnen de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) niet goed in. Dat blijkt uit onderzoek dat de FNV heeft uitgevoerd in alle 390 gemeenten.

Op 18 mei deed de Centrale Raad van Beroep (CRvB) een uitspraak over de huishoudelijke hulp. Daarbij heeft deze hoogste rechtelijke instantie duidelijk gesteld dat huishoudelijke hulp valt onder de Wmo 2015 en gemeenten daar niet zomaar op mogen korten zonder duidelijke onderbouwing. Daarnaast stelde de raad dat gemeenten onder de oude Wmo gemaakte afspraken alleen mogen aanpassen als er maatwerk wordt geleverd, als er “objectief en onafhankelijk onderzoek” is gedaan.

Concreet aantal uren benoemen

Zevenenzeventig procent van de gemeenten houdt zich niet aan de wet en daardoor krijgen inwoners niet de zorg die ze nodig hebben. Volgens jurist Kevin Wevers, die het FNV-onderzoek uitvoerde, moeten gemeenten cliënten niet alleen melden dat ze recht hebben op een schoon huis maar concreet vertellen hoeveel uren ze recht hebben op huishoudelijke hulp. In mei opende de vakbond, na het besluit van de rechter, een speciaal Meldpunt voor ouderen die gekort zijn op hun huishoudelijke hulp.

Nieuwe beslissing aanvragen

Budgethouders die na 1 januari 2015 geen pgb voor huishoudelijke hulp meer van de gemeente hebben gekregen of minder uren hulp hebben gekregen dan voorheen, kunnen zich melden bij de gemeente om een nieuwe beslissing aan te vragen.

Staatssecretaris Martin van Rijn heeft alle gemeenten in een brief opgeroepen zich te houden aan de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep.

Actie Per Saldo

Ook Per Saldo deed een oproep onder budgethouders om zich te melden, mochten zij actie ondernemen na de uitspraak. Enkele tientallen verhalen kwamen binnen via het speciale emailadres actie@pgb.nl.