Caroline van der Plas: ‘Realiseer je constant dat politiek altijd over mensen gaat’

Ze is bekend als voorvrouw van de boeren. Maar ook voor de tweede B in haar partijnaam is Caroline van der Plas zeer gepassioneerd. ‘Je kunt mij naïef vinden, maar ik ga er vanuit dat het gros van de mensen te goeder trouw is. Maak daar je beleid op. Het gaat tenslotte altijd over mensen die hun best doen binnen de mogelijkheden die ze hebben.’ In de tijdelijke behuizing van de Tweede Kamer – ‘Naargeestig hè? Ik kan niet wachten tot we verhuisd zijn!’- spreekt zij over haar idealen en over wat budgethouders van haar kunnen verwachten.

Auteur: Arlette van Dort

Waarom bent u de politiek ingegaan?

‘Een grote groep mensen voelt zich niet gehoord door politiek Den Haag. Ik zie de laatste jaren sterkere tegenstellingen (polarisatie) en framing. Met dat laatste wordt bedoeld dat je bepaalde informatie laat zien en andere informatie juist niet. Groepen worden tegen elkaar opgezet, en daar wordt niemand beter van. Politici zeggen dat ze het anders willen, maar ondertussen gebeurt er weinig. Wij willen daar verandering in brengen. Niet eindeloos praten, maar gewoon iets doen. Je moet ergens beginnen.’

Wat vindt uw partij van het pgb?

‘Een van onze speerpunten is het veranderen van de bestuurscultuur. Wij missen de menselijke maat en praktische oplossingen. Bij het pgb staat bij uitstek de mens voorop, en niet het systeem. Leven met een beperking, of zorgen voor een naaste met een beperking, is al ingewikkeld genoeg. Voor wie dat wil en kan, vind ik het logisch om zelf de zorg in te kopen die het beste past, vanzelfsprekend binnen het budget dat daarvoor afgesproken is. Praktische oplossingen, daar staan wij voor. Waarom zou je je moeten overleveren aan de zorg die toevallig door een bepaalde instelling of gemeente is ingekocht, terwijl die misschien helemaal niet aansluit bij jouw zorgvraag? Wij vinden het heel belangrijk dat de overheid er voor de burgers is, en niet andersom. Bij het pgb zou dat ook leidend moeten zijn.’

Wat kunt u als eenmansfractie voor het pgb betekenen?

‘Wij moeten heel zorgvuldig kijken wat wij zelf kunnen oppakken. Ik heb niet de capaciteit om vier jaar in een heel specifiek onderwerp te duiken, alleen al qua medewerkers redden we dat niet. Daarom moeten we het op een slimmere manier doen.

Met onderwerpen die ik belangrijk vind, en daar hoort het pgb zeker bij, zoek ik aansluiting bij een Kamerlid dat daar stevig inzit. Als het standpunt overeenkomt met het mijne, kan ik daar samen mee optrekken. Ik kan onmogelijk elk debat bijwonen. Maar ik kan wel vragen of een gelijkgestemde collega iets namens ons wil inbrengen. Onlangs had Liane den Haan een inbreng geschreven op het gebied van geneesmiddelenbeleid, waarbij zij mij vroeg of ik mij er ook in kon vinden. Zij diende het vervolgens ook namens de BBB in. Op die manier kan je toch ergens je handtekening onder zetten.

Natuurlijk hebben wij ook een medewerker zorg en een medewerker welzijn, maar ik heb met negentien commissies over talloze onderwerpen te maken. Je moet dus wel kijken wat behapbaar is.

Ondertussen moet je ook niet vergeten dat een aantal van onze meer algemene partijstandpunten voor budgethouders heel relevant zijn.’

Kunt u daar een voorbeeld van noemen?

‘Wij zijn een vurig voorstander van het vereenvoudigen van de regelgeving. In Nederland zie je dat er wet op wet, en regel op regel wordt gestapeld. Steeds als er een nieuwe wet of regel komt, moet er een andere wet of regel komen om dat te managen. Op een gegeven moment zie je door de bomen het bos niet meer.

Ik vind het te gek voor woorden dat het pgb vanuit maar liefst vier wetten toegekend wordt. Dat je voor de ene vorm van zorg bij de Wet langdurige zorg moet zijn, maar vervolgens bij de Wet maatschappelijke ondersteuning moet aankloppen voor iets anders wat met dezelfde beperking te maken heeft. Mensen worden murw gebeukt door de bureaucratie en ambtenarij, zeker als je uitgangspositie al niet optimaal is. Wat de BBB betreft is het: hoe platter hoe beter. Ik ben een groot voorstander van de experimenten met een integraal pgb, waarbij je zelf verantwoordelijk bent voor het gehele budget, en dat niet kunstmatig bij verschillende loketten of wetten hoeft uit te splitsen. Dat is pas het terugdringen van de bureaucratie waar dit kabinet voor zegt te staan.

Ook bij het pgb geldt voor ons: het moet niet nodig zijn om door een woud van ambtenaren te gaan om iets voor elkaar te krijgen, de overheid moet de burger optimaal faciliteren.’

U bent een warm pleitbezorger van de zogenoemde ‘kangoeroewoning’, een tuinhuisje of woonunit op het perceel van het huis van een (zorgend) familielid. Waarom?

‘Wij vinden het belangrijk dat oud en jong, maar ook mensen met en zonder een beperking, kunnen blijven samenwonen. Familiebanden kunnen zo waardevol zijn, die wil je niet onnodig doorbreken. Zeker op het platteland is die wens er en ik vind dat die gefaciliteerd moet worden. De grote rol die mantelzorgers en vrijwilligers spelen wordt vaak onderschat. Door hen kunnen mensen die zorg nodig hebben thuis blijven wonen en verdwijnen ze niet in grote anonieme instellingen.’

Zorgverzekeraars kennen zomaar minder uren toe. Wat vindt u daarvan?

‘Onvoorstelbaar! En wat moet je dan als jou dat overkomt? Het kan toch niet zo zijn dat iemand alsnog naar een instelling moet of zorg in natura moet aanvaarden die helemaal niet aansluit, terwijl er een maatwerkoplossing voor handen is?

Wij vinden sowieso dat het hele zorgverzekeringsstelsel mislukt is. Het idee was dat vanwege de marktwerking het systeem goedkoper en gemakkelijker zou worden. Niets is minder waar. Het is alleen maar duurder geworden en je moet vreselijk goed zoeken welke zorg je ergens wel of niet krijgt.

Wij zien het liefst het ziekenfonds terugkomen. De overheid had letterlijk een zorgplicht naar zijn burgers toe, heel overzichtelijk. Ik weet dat het tegenstrijdig klinkt, omdat wij de overheid ook bureaucratisch vinden. Maar zoiets belangrijks als de geestelijke en lichamelijke gezondheidszorg, dat mag je niet aan marktpartijen overlaten. Het resultaat zie je nu overal om je heen, bijvoorbeeld bij het pgb. De zorgverzekeraars willen liever kosten drukken dan echt goede zorg leveren. Het terugschroeven van het aantal uren zorg is daar een gevolg van. Heel onwenselijk en eigenlijk onmenselijk.’

We horen u vaak over de menselijke maat. Waarom is dat een belangrijk thema voor u?

‘Ik vind dat elke politicus zich permanent moet realiseren dat je het altijd over mensen hebt. Mensen met families, mensen die hun best doen binnen de mogelijkheden die ze hebben. Je kunt mij naïef vinden, maar ik ga er vanuit dat het gros van de mensen te goeder trouw is. Daar moet je beleid op maken. Nu wordt er vooral gekeken naar wat fout kan gaan, of het nou gaat om boeren met hun mest of om budgethouders met hun zorguitgaven. Op die mogelijke fraude wordt dan beleid gemaakt. De administratie die je bij moet houden is vervolgens zo ingewikkeld, dat je echt wel eens een kruisje bij het verkeerde hokje zet. En dat is dan weer een bevestiging dat al die regels nodig zijn. De wereld op zijn kop!

Simpele regelgeving en hulp bij het begrijpen van die regels, dat is wat er nodig is. Er zullen altijd mensen zijn die fraude plegen, dat was zo bij de Toeslagenaffaire en dat zal ook zo zijn bij het pgb. Bij de Toeslagenaffaire hebben wij meteen gezegd: betaal iedereen uit. Daar zit dan misschien vijf procent fraudeurs tussen, maar net als bij het pgb, mag daar de overgrote meerderheid die het goed wil doen niet onder lijden.’

Hoe wilt u zorgen voor die menselijke maat en praktische oplossingen?

‘Ik ben veel op pad om te horen wat er speelt. En dan ga ik echt niet alleen naar boeren. Gisteren was ik nog in een klein plaatsje in Limburg, waar onder de bewoners zorgen zijn over de bereikbaarheid van hun voorzieningen. Maar ik spreek ook mensen op zorgboerderijen, op sociale werkplaatsen, eigenlijk is het te veel om op te noemen. De grote gemene deler is dat wij er zijn voor mensen die in de knel zitten, voor wie het niet allemaal vanzelfsprekend komt aanwaaien.

Daarnaast willen wij dat er bij elk ambtelijk overleg minimaal één vakman of -vrouw zit. Dus geen ambtenaar, maar iemand die rechtstreeks uit de praktijk komt. Bij overleg over de zorg zou dat ook een ervaringsdeskundige kunnen zijn. Bij de kandidatenlijst voor de Tweede Kamer viel ons op hoeveel mensen universitair geschoold zijn en politiek assistent zijn geweest. Dan is de afstand tot de dagelijkse praktijk wel heel groot. Wij hebben daar bij onze lijst wel naar gekeken. Juist omdat we die menselijke maat zo belangrijk vinden.’

Heeft u nog een boodschap voor onze lezers?

‘Geef niet op! Het komt goed, het tij zal keren! Als je geen vertrouwen meer hebt in de overheid, bedenk dan dat er een hoop nieuwe partijen in de Kamer vertegenwoordigd zijn. Niet alleen wij, maar ook bij Bij1, Ja21 en Volt zitten allemaal nieuwe frisse mensen die gaan zorgen voor verandering de komende jaren.

En zoek vooral contact met politici, rechtstreeks of via je eigen organisaties. Ik krijg veel mail waar ik echt iets aan heb. Niet altijd direct, maar ik bewaar het en kan het inbrengen in een debat. Persoonlijke verhalen, maar ook inbreng uit de praktijk dat iets echt niet werkt, daar kunnen wij wat mee. Er zijn mensen die als einddoel hebben dat het leven wat simpeler wordt voor iedereen. Daar draag ik graag mijn steentje aan bij!’