Pgb als voorbeeld voor zorginnovatie

We ontmoeten elkaar in Utrecht Overvecht, de wijk waar het voor Guus Schrijvers begin jaren ’70 allemaal begon. Hij kwam in Utrecht wonen en ging uit onvrede over nieuwe torenflats in de gemeenteraad. Daar heeft hij geleerd een eigen mening te vormen en vol te houden. Precies wat ook nodig is voor het pgb.

Tekst: Ernestine van de Koff

Portretfoto Guus Schrijvers

De bouwplannen gingen van tafel en hij heeft vervolgens aan de wieg gestaan van het eerste gezondheidscentrum in Overvecht. Inmiddels is hoogleraar Schrijvers met pensioen. Hij is nog steeds actief, geeft onder meer lezingen en workshops over zorginnovatie. Vorig jaar oktober was hij spreker op onze ledenochtend. En samen met buitenlandse partners vergelijkt hij zorginnovaties en geïntegreerde zorg in Nederland, Engeland, Denemarken, Canada en Duitsland.

Wat zorginnovaties en het pgb met elkaar gemeen hebben? ‘Zorginnovaties zijn er op vier gebieden. Ze kunnen inhoudelijk, financieel, digitaal of bestuurlijk van aard zijn. Het pgb is een financiële zorginnovatie. Als hoogleraar kwam ik in 1987 in aanraking met de gedachte achter het pgb: eigen regie voor mensen met een beperking.’ Het kwam overwaaien uit Amerika en werd uitgedragen door de mensen van Independent Living, een actiegroep van zelfbewuste mensen met een beperking. ‘In combinatie met het pgb kun je eigen regie goed vorm geven, het ideale plaatje’, zegt Guus.

Al plaatst hij er wel wat kanttekeningen bij. ‘De budgethouder of zijn vertegenwoordiger moet wel iemand zijn die in staat is zijn zorgbehoefte te uiten, moet opdrachten kunnen geven en de geleverde zorg kunnen beoordelen. Het pgb moet geen uitvlucht zijn, omdat zorg in natura niet voldoet.’ Guus vindt dat alles wat collectief geregeld wordt, in principe via zorg in natura moet gaan. ‘Je kan bijvoorbeeld per 1000 inwoners ouder dan 75 jaar in een wijk of gemeente 3 verpleegkundigen inzetten.’ (Noot van de redactie: Per Saldo zet bij deze laatste opmerking een kanttekening. Het lijkt op het eerste gezicht logisch, maar bij deze visie wordt voorbij gegaan aan de eigen regie, die ook bij collectieve zorg belangrijk kan zijn voor de gebruiker.)

Onderzoek en leren van anderen

Guus vervolgt: ‘Dit jubileumjaar van het pgb en de vereniging is een mooie gelegenheid om na te denken over de essentie van het pgb. Hoe is het de afgelopen 25 jaar gegaan? En hoe gaan we verder in de toekomst? Dat kun je niet baseren op alleen meningen en anecdotes. Daarvoor is onderzoek en evaluatie nodig. Wetenschappelijk onderbouwen dat ‘what matters is what works’. Ik denk dat het goed zou zijn als Per Saldo mensen zou leveren, die daaraan meewerken.

In het buitenland zie ik zaken waarvan we kunnen leren. Zo wordt in Duitsland de kwaliteit van zorg gecontroleerd door verpleegkundigen. Bij een laag pgb gebeurt dit één keer per zes maanden, bij een hoog budget één keer per drie maanden. Ga daar onderzoek naar doen. Hoe werkt het? Wat kunnen we ervan leren en toepassen in Nederland? In België kennen ze hygiënische zorg, die geldt voor mens en huis. Is er sprake van een laag budget dan is er geen controle. Zou dat iets voor ons zijn? Je krijgt dan een toeslag, net zoals onze kindertoeslag. De Nederlandse overheid controleert ouders ook niet of zij dit daadwerkelijk aan hun kinderen besteden. Zo zijn er meer voorbeelden’, aldus Guus.

Toekomstbestendig

‘Het pgb is een goede zorginnovatie. Het moet wel mee met de ontwikkelingen in de maatschappij, wetten en regels. Aanpassingen kunnen nodig zijn. De samenleving kun je namelijk niet veranderen met het pgb. En je moet nut en noodzaak blijven aantonen. Zodat het in de toekomst blijft bestaan en meer is dan een ‘rakeling’. Dat is een mooi Vlaams woord voor een net niet gelukte innovatie. Ik heb er alle vertrouwen in dat dat gaat lukken.’

Meer weten over Guus Schrijvers? Kijk op www.guusschrijvers.nl.