Pgb als richtingaanwijzer voor nieuwe ontwikkelingen

De kerngedachte achter het pgb – integrale zorg met eigen regie – is actueler dan ooit

Column van Jet Bussemaker, voormalig staatssecretaris op het ministerie van VWS, nu onder andere voorzitter Raad voor de Volksgezondheid en Samenleving (RVS)

Portretfoto Jet Bussemaker

Het was februari 2007. Ik was koud door de koningin beëdigd als staatssecretaris van VWS en werd welkom geheten op het ministerie, toen enkele ambtenaren mij daar weghaalden voor een spoedberaad. Het onderwerp: het persoonsgebonden budget (pgb). De limiet aan uitgaven voor de budgetten was bereikt en vanaf de eerstvolgende dag zouden er geen pgb’s meer kunnen worden uitgekeerd. Veel keus was er niet. Direct stoppen met uitkeren zou een streep trekken door mijn idealen: meer de mens en minder de patiënt centraal stellen, mensen de regie over het eigen leven geven, ook bij beperkingen. Dat was waarom ik deze post ambieerde.

We zijn ruim tien jaar en diverse crises rond het pgb verder. Nu ik weer terug ben in de zorg, besef ik dat de kerngedachte achter het pgb – integrale zorg met eigen regie – actueler is dan ooit. De emancipatie van de zorgvrager zien we nu ook op andere terreinen. In de nadruk die wordt gelegd op samen beslissen tussen patiënt en arts bij belangrijke medische ingrepen bijvoorbeeld. Bij pogingen om de zorg beter aan te laten sluiten bij wijkvoorzieningen en de wens om langer thuis te blijven wonen.

Natuurlijk, het pgb is geen oplossing voor alle kwalen en is evenmin voor iedereen geschikt. Maar hoe mooi zou het zijn als we iets meer van de gedachte achter het pgb in de reguliere zorg zouden kunnen vertalen. Zodat we meer mengvormen krijgen, waardoor mensen en hun belangrijke naasten kunnen bepalen wát ze willen en hóe ze het willen. Anders gezegd: vorm kunnen geven aan mensgerichte en gepersonaliseerde zorg en ondersteuning, over protocollen, silo’s  en verantwoordingssystemen heen.

Per Saldo levert een belangrijk bijdrage aan dit debat. Uit eigen ervaring weet ik dat ze dat met grote kennis en betrokkenheid doen, en soms voor bewindslieden een ‘pain in the ass’ zijn. Ik zou zeggen, blijf dat vooral. Blijf kritisch, maar blijf vooral ook inspireren.

Ruim tien jaar geleden kreeg ik van Per Saldo een slang van papier-maché met een knoop in z’n nek, die zich desalniettemin met een vrolijk gezicht weet op te richten als teken van eigen regie. Die slang staat nog altijd op mijn bureau om mij richting te geven.