De budgethouder over wie het in deze zaak gaat, heeft in 2016 een pgb-Wlz aangevraagd. Het zorgkantoor heeft het pgb geweigerd op grond van de overweging dat de beoogde gewaarborgde hulp onvoldoende kennis heeft van een pgb-Wlz. Daarnaast hanteert dit zorgkantoor als regel dat iemand voor maximaal drie budgethouders de gewaarborgde hulp mag zijn.

Uitspraak voorzieningenrechter

In eerste instantie heeft de voorzieningenrechter het beroep van de budgethouder ongegrond verklaard. Deze rechter volgde het zorgkantoor in de opvatting dat de gewaarborgde hulp onvoldoende op de hoogte is van Wlz-zorg. En de rechter steunde het uitgangspunt om een maximum van drie budgethouders per gewaarborgde hulp te stellen. Dit om ervoor te zorgen dat de gewaarborgde hulp de budgethouder op een adequate manier kan bijstaan. De budgethouder heeft zich hier niet bij neergelegd en gaat een stap verder.

Uitspraak CRvB

Hij legt de zaak voor aan het hoogste rechtsorgaan, de Centrale Raad van Beroep (CRvB). Deze rechter is het eens met de budgethouder. De Raad stelt dat het zorgkantoor niet heeft kunnen motiveren of verklaren hoe tot de inhoud van deze gedragslijn is gekomen: ‘Gelet op de beperkte rol van een gewaarborgde hulp en de tijdsbesteding die dit naar verwachting zal meebrengen, kan deze maximering niet worden gevolgd. Een regel die, naar ter zitting is gebleken, bovendien niet geldt voor professionals, zoals bewindvoerders en curatoren.’ Het zorgkantoor mocht de beoogde gewaarborgde hulp niet weigeren, enkel omdat hij al de gewaarborgde hulp was van (meer dan) drie andere budgethouders. Verder is de CRvB van mening dat het zorgkantoor niet heeft aangetoond dat de beoogde gewaarborgde hulp onvoldoende kennis heeft van een pgb-Wlz.

Ons standpunt

Om te voorkomen dat er ‘bureaus voor gewaarborgde hulp’ ontstaan, zijn wij niet direct tegenstander van limitering van het aantal budgethouders per gewaarborgde hulp. Het is echter ook niet in het belang van budgethouders om hieraan strikte grenzen te stellen. Maatwerk blijft het uitgangspunt, met flexibele omgang per situatie.

Wij vinden dat je de budgethouder goed moet kennen om een goede gewaarborgde hulp te zijn. Je moet hem bijvoorbeeld kunnen aansturen in zijn eigen regie als hij daar zelf geen inhoud aan kan geven. De gewaarborgde hulp moet de bedoelingen en behoeften van de budgethouder kunnen omzetten in wat hij aan zorg nodig heeft. Het is de vraag of een gewaarborgde hulp die vele budgethouders vertegenwoordigt hier voldoende toe in staat is.

Wij zijn van mening dat de gewaarborgde hulp (bij voorkeur) onderdeel moet uitmaken van het netwerk van de budgethouder en een natuurlijk persoon moet zijn (uitzonderingen moeten mogelijk blijven). Belangrijk vinden wij ook dat de aansprakelijkheid goed geregeld wordt. Momenteel is dit nog niet het geval en blijft de budgethouder volledig verantwoordelijk, ook al maakt hij gebruik van een gewaarborgde hulp.

Volledige uitspraak

Deze lees je op de website van Rechtspraak, onder uitspraak ECLI:NL:CRVB:2019:488.