Uitspraak Centrale Raad van Beroep, 6 september 2017

Een aanvraag voor (een pgb voor) individuele begeleiding is door een gemeente terecht afgewezen omdat de partner heeft aangegeven dat zij deze ondersteuning zal blijven bieden, ook als daar geen betaling vanuit het pgb tegenover staat. Deze ondersteuning wordt daarom aangemerkt als mantelzorg. Als mantelzorg een oplossing biedt die de beperkingen van de zorgvrager compenseert is geen maatwerkvoorziening van de gemeente nodig.

Lees de hele Uitspraak Centrale Raad van Beroep 6 september 2017
Lees hieronder ‘Wat vindt Per Saldo’

Samenvatting

Een zorgvrager met een psychische beperking woont samen met zijn echtgenote en twee dochters. De echtgenote van de zorgvrager heeft haar man altijd ondersteund. De zorgvrager heeft een pgb aangevraagd voor individuele begeleiding op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo 2015), onder andere om de werkzaamheden van zijn echtgenote om te zetten in een pgb. De gemeente wijst de aanvraag af. De gemeente vindt dat er geen maatwerkvoorziening hoeft te worden verstrekt omdat de echtgenote van de aanvrager mantelzorg verleent. Hierdoor worden zijn beperkingen gecompenseerd.

De Centrale Raad van Beroep is het eens met het oordeel van de rechtbank Noord-Nederland dat de hulp door de partner is aangemerkt als mantelzorg. Tijdens de zitting bij de Raad is door de partner opnieuw verklaard dat zij niet zal stoppen met het verlenen van deze hulp. Omdat de partner niet zal stoppen met de hulp die zij biedt, worden de beperkingen in de zelfredzaamheid of participatie van de zorgvrager weggenomen of verminderd door de mantelzorg van de partner. De gemeente heeft om die reden terecht beslist dat er geen maatwerkvoorziening hoefde te worden verstrekt.

Dit is dus een andere situatie dan de zaak waarin de Centrale Raad op 11 januari 2017 uitspraak heeft gedaan. In die zaak heeft de Raad geoordeeld dat er bij toekenning van een pgb voor huishoudelijke hulp geen rekening mag worden gehouden met mantelzorg als degene die de hulp kan leveren dit niet onbetaald wil doen.
Lees over die uitspraak in het nieuwsbericht Uitwonend kind niet verplicht om mantelzorg te verrichten

Achtergrond van de uitspraak

In de Wmo 2015 is opgenomen dat de gemeente een maatwerkvoorziening kan toekennen “voor zover die cliënt deze beperking niet op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met behulp van anderen uit het sociale netwerk kan verminderen of wegnemen”. De gemeente moet dus oordelen of de hulpvraag door mantelzorg kan worden opgelost. De vraag is wanneer er sprake is van mantelzorg.

Definitie mantelzorg

Volgens de definitie in de Wmo 2015 is mantelzorg hulp die rechtstreeks voortvloeit uit een tussen personen bestaande sociale relatie en die niet wordt verleend in het kader van een hulpverlenend beroep. Mantelzorg kan niet worden verplicht; deze zorg wordt vrijwillig verleend.

Vrijwilligheid van mantelzorg

In deze zaak gaat het om een vrouw die begeleiding biedt aan haar partner waarmee zij samenwoont als gezin. De aanvraag om betaling vanuit het pgb is afgewezen omdat de vrouw heeft verklaard dat zij deze hulp ook zonder betaling zal blijven bieden. Bij de bepaling of er sprake is van mantelzorg, is de kernvraag dus of de zorgverlener bereid is dit zonder betaling te doen. Dit is op zich helder, maar is er wel altijd sprake van een vrijwillige keuze voor personen die zorg verlenen aan familieleden die bij hen in huis wonen? Als zij niet bereid zijn om deze hulp kosteloos te verlenen aan de huisgenoot, blijft de familie dan verstoken van hulp? In de situatie, zoals in deze zaak, waarin degene die de hulp nodig heeft geen hulp van anderen wil of kan accepteren, is het de vraag of er wel sprake is van vrijwilligheid. In feite wordt mantelzorg in dergelijke situaties verplicht gesteld. Het is daarom wenselijk het begrip mantelzorg nader te omschrijven op het punt van de vrijwilligheid.

Gebruikelijke hulp

Een vraagstuk dat hiermee samenhangt is de vraag of er bij ondersteuning van inwonende familieleden geen sprake is van gebruikelijke hulp. Dit is volgens de Wmo “hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van de echtgenoot, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten”. In deze zaak waren alle partijen het erover eens dat de door de partner en kinderen geboden zorg de gebruikelijke hulp overstijgt. Waar de grens ligt tussen gebruikelijke hulp en ondersteuning die de gebruikelijke hulp overstijgt is vaak een discussiepunt.  Het zou goed zijn als de gemeente daarvoor duidelijke richtlijnen in beleid vastlegt.

Wat vindt Per Saldo

Per Saldo maakt zich zorgen over de precedentwerking van deze uitspraak. Wij denken dat de uitspraak gevolgen gaat hebben voor de toekenning van een pgb voor hulp aan inwonende familieleden. De vrijwilligheid van mantelzorg komt onder druk te staan en onduidelijk is welke richtlijnen gemeenten hanteren voor gebruikelijke zorg. Vrijwilligheid is nodig voor mantelzorg, mantelzorg kan immers niet verplicht worden. De vrijwilligheid van mantelzorg komt onder druk te staan, omdat in deze zaak betwijfeld kan worden of er écht sprake is van vrijwilligheid. De echtgenote is immers voor het blok gezet, waardoor de vrijwilligheid onduidelijk wordt.

Daarnaast is het risico van deze uitspraak dat wanneer er meer druk komt te liggen op mantelzorgers, de kans bestaat dat zij overbelast raken. Wanneer de mantelzorger overbelast is moet meer zorg worden ingekocht om de mantelzorger te vervangen. Om zorg in te kunnen kopen is budget nodig, dat misschien niet voorhanden is omdat rekening is gehouden met het feit dat een deel van de zorg vrijwillig verleend zou worden.

Het advies van Per Saldo is dan ook, dat u in uw gesprek met de gemeente duidelijk moet aangeven dat u de zorg alleen wilt verlenen indien u betaald krijgt uit het pgb en niet als onbetaalde vrijwillige mantelzorger.

Wat doet Per Saldo?

Naast de collectieve belangenbehartiging ondersteunt Per Saldo haar leden met informatie en advies. Plusleden kunnen onder bepaalde voorwaarden rekenen op juridische ondersteuning. Voor meer informatie kijk op Pluslidmaatschap.

Meer informatie

De Centrale Raad van Beroep is de hoogste rechter op het gebied van sociaal bestuursrecht, ambtenarenrecht en delen van het pensioenrecht. Het oordeel van de Raad is een eindoordeel. Partijen kunnen niet in hoger beroep gaan tegen de uitspraak.