Op 30 december 2016 sprak de rechtbank Overijssel zich uit over een maximum tarief van het pgb voor informele zorg, gesteld door de gemeente Deventer.

Samenvatting van de uitspraak

De gemeente Deventer kent aan een budgethouder een pgb toe voor de begeleiding van haar dochter met een maximum tarief van € 750,- per maand, afgeleid van een in de Participatiewet gestelde grens. De budgethouder is hiertegen in bezwaar gegaan en de gemeente Deventer heeft het bezwaar ongegrond verklaard. Vervolgens is de budgethouder in beroep gegaan bij de rechtbank Overijssel, vertegenwoordigd door advocaat Renske Imkamp van Van der Woude de Graaf advocaten, het kantoor waarmee Per Saldo samenwerkt.

De rechtbank Overijssel heeft op 30 december 2016 de budgethouder in het gelijk gesteld. De rechtbank spreekt uit dat de gemeente Deventer ten onrechte een maximumtarief heeft gehanteerd voor informele hulp. Bovendien is er onvoldoende onderzoek gedaan naar de omvang van de hulpvraag. Bij het vaststellen van de hulpvraag dient gekeken te worden naar de omstandigheden van de individuele situatie; dit mag niet alleen maar worden gebaseerd op de CIZ Indicatiewijzer.

Toelichting

Een budgethouder heeft voor haar dochter met een psychische beperking een pgb aangevraagd voor begeleiding door haarzelf. De gemeente Deventer heeft voor deze informele hulp een pgb toegekend met een maximum tarief van € 750,- per maand. Het maximum tarief van € 750,- is afgeleid van de in de Participatiewet gestelde grens waaronder, bij het verrichten van zorgtaken, geen korting op de uitkering plaatsvindt. De gemeente schat de extra taken, bovenop de gebruikelijke zorg, in op 10 uren tegen een tarief per uur van € 20,- en dat is € 866,- per maand. Gelet op het maximum tarief van artikel 9 van het Besluit Jeugdhulp gemeente Deventer is er een pgb van € 750,- per maand toegekend. De toekenning heeft plaatsgevonden voor een periode van een jaar omdat een kind zich ontwikkelt en na een jaar kan worden bezien welke hulp dan eventueel nodig is.

De rechtbank Overijssel oordeelt dat het in strijd is met het systeem van de Jeugdwet om een vast maximum tarief te hanteren. Op grond van de Jeugdwet dient de gemeente voorzieningen te treffen waardoor de jeugdige zijn of haar ontwikkelingsdoelen kan realiseren. Financiële belemmeringen kunnen geen drempel vormen voor het bereiken van de ontwikkelingsdoelen van de jeugdige. De jeugdhulp die wordt aangeboden door een gecontracteerde jeugdhulpaanbieder is niet aan een maximum tarief gebonden en de rechtbank ziet niet in waarom dat dan voor een pgb-voorziening wel zou moeten gelden.

De verordening van de gemeente Deventer schept ten opzichte van de Jeugdwet een extra weigeringsgrond. Volgens de verordening mag de aanvraag om jeugdhulp worden geweigerd wanneer de problemen van de jeugdige worden verminderd of weggenomen met gebruikelijke hulp. Naar het oordeel van de rechtbank is deze extra weigeringsgrond in strijd met de Jeugdwet. De rechtbank overweegt allereerst dat de Jeugdwet de begrippen gebruikelijke en bovengebruikelijke hulp niet kent. Naar het oordeel van de rechtbank kan uit de Jeugdwet worden afgeleid dat de gemeente in elk individueel geval moet afwegen of en in hoeverre de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen ontoereikend zijn. Door een strikte toepassing van de Beleidsregels Awbz en hoofdstuk 4 van de CIZ indicatiewijzer wordt er onvoldoende rekening gehouden met de specifieke omstandigheden van dit geval.

Het beroep is gegrond, de gemeente Deventer dient een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak.

Commentaar Per Saldo

Per Saldo heeft in deze zaak de budgethouder aangeraden om in beroep te gaan en heeft Renske Imkamp als advocaat voor deze zaak aanbevolen. Speciale dank gaat uit naar Desiree van Doremalen, cliëntondersteuner van ‘Ouderkracht voor ’t kind’, die de budgethouder heeft ondersteund bij bezwaar en beroep en hierin een belangrijke rol heeft gespeeld.

Per Saldo is blij dat de rechtbank klip en klaar heeft uitgesproken dat er geen maximumtarief voor informele hulp mag worden gehanteerd. De rechter heeft verder duidelijk aangegeven dat er in elk individueel geval moet worden afgewogen “of en in hoeverre eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen ontoereikend zijn”. Er mag dus niet standaard verwezen worden naar de normen van de CIZ Indicatiewijzer. Per Saldo is blij dat de rechter hier nadrukkelijk uitgaat van maatwerk voor het individuele kind.

Meer informatie

Lees op de website van Rechtspraak.nl de hele uitspraak.