De rechtbank Midden Nederland heeft op 9 januari 2017 uitgesproken dat de gemeente Almere een nieuw besluit moet nemen over het pgb voor zeven uur individuele begeleiding van een budgethouder.

Samenvatting

Een budgethouder vraagt bij de gemeente Almere een pgb aan voor ongeveer zeven uur per week voor de individuele begeleiding die wordt gegeven door haar zoon. De gemeente Almere wijst deze aanvraag af. De budgethouder is hiertegen in bezwaar gegaan met behulp van Per Saldo. Advocaat Matthijs Vermaat van Van der Woude de Graaf advocaten, het kantoor waarmee Per Saldo samenwerkt, heeft namens de budgethouder bezwaar en beroep ingesteld. De rechtbank stelt de budgethouder in het gelijk. De gemeente Almere beschouwt de eerste veertien uur per week bovengebruikelijke hulp als eigen kracht. Daardoor wordt volgens de rechtbank het begrip gebruikelijke zorg opgerekt, waardoor ten onrechte een extra drempel wordt opgeworpen voor het toekennen van een (pgb voor) een maatwerkvoorziening. Het beroep van de budgethouder slaagt om die reden.

Toelichting

De gemeente Almere heeft in haar nadere regels met betrekking tot de verordening Jeugdwet en Wmo (Nadere regels) geregeld dat de zorgaanvrager zelf in de eerste veertien uur bovengebruikelijke hulp moet voorzien door middel van eigen kracht, mantelzorg of hulp van het sociale netwerk. De aanvrager van het pgb komt in dit geval niet onder de nadere regel uit, omdat van haar inwonende zoon mag worden verwacht dat hij deze zorg voor zijn moeder onbetaald als mantelzorger levert en het niet om een heel groot aantal uren gaat.

De budgethouder voert aan dat de gemeente verwacht dat haar zoon de zeven uur individuele begeleiding per week als mantelzorg verricht, en dat deze verwachting zich niet verhoudt tot het vrijwillige karakter van de mantelzorg. De zoon wil deze bovengebruikelijke zorg niet onbetaald leveren.

Oordeel rechtbank

De rechtbank oordeelt dat in de Wmo 2015 staat dat de gemeente een maatwerkvoorziening moet toekennen indien de zorgaanvrager beperkingen ondervindt en hij deze naar het oordeel van het college niet op eigen kracht kan verminderen of wegnemen. Deze beoordelingsvrijheid gaat niet zover dat de gemeente een drempel mag opwerpen die ervoor zorgt dat de eerste veertien uur hulp per week, die de gebruikelijke hulp overstijgt, door de zorgaanvrager op eigen kracht geregeld moet worden en dus niet voor een maatwerkvoorziening in aanmerking komt.

Vrijwillig karakter van mantelzorg

Door deze eerste veertien uur per week bovengebruikelijke hulp als (vorm van) eigen kracht te beschouwen, verplicht de gemeente de zoon van de aanvrager deze hulp, die de gebruikelijke hulp overstijgt, via mantelzorg te verlenen. Dit is in strijd met het vrijwillige karakter van mantelzorg. De rechtbank oordeelt dat de gemeente ten onrechte een extra drempel heeft opgeworpen voor het toekennen van (een pgb voor) een maatwerkvoorziening. Het beroep wordt gegrond verklaard.

Meer informatie

Lees de hele uitspraak van de Rechtbank Midden-Nederland