geld.bekostiging

Onjuist beeld

Helaas is het onderzoek met een te nauwe blik gedaan. Zo gaat het CPb ervan uit dat mensen met een Wmo indicatie óf beschermd wonen óf ambulante begeleiding hebben. Er zit niets tussen. Volgens het CPb gaan mensen die uitstromen uit beschermd wonen naar de Wlz óf naar de ambulante begeleiding.

Dit is een onjuist beeld omdat een deel van de mensen in de Wmo zal blijven en niet kan uitstromen naar de Wlz. Zij hebben levenslang zorg en begeleiding in een beschutte woonomgeving nodig. Dan is er altijd toezicht – wat betaalbaar is als het collectief wordt ingezet -, want zij kunnen niet zelfstandig wonen met alleen begeleiding. Maar heeft iedere centrumgemeente zo’n beschutte woonvorm? Mogelijk is het nodig dat deze groep mensen naar een andere gemeente verhuist. Wmo-financiering van gemeenten zou dan geen belemmering mogen zijn om mensen te weigeren. Wat er met deze groep gaat gebeuren staat niet in het rapport van het CPb, maar daar moeten gemeenten zich wel goed op voorbereiden. Je moet kunnen wonen waar je wilt en waar dit het best past en daarbij niet worden gehinderd door financieringsstromen.

Onvolledig

Of het onderzoek ook mensen betreft die beschermd wonen met een pgb komt niet duidelijk naar voren. Wij hebben dit nagevraagd. In een reactie geeft het CPb aan dat het gaat om mensen die beschermd wonen met zorg in natura en met een pgb. De door het CPb gebruikte gegevens uit ‘de gemeentelijke Monitor Sociaal Domein van het CBS’ maakt echter geen onderscheid tussen beschermd wonen met en zonder wooncomponent. Het is dus niet zeker of deze beide groepen volledig in het onderzoek zijn meegenomen. Ook gaat het in het rapport niet over indicaties voor beschermd wonen die ambulant (met ZIN of pgb) worden verzilverd.

Motieven daling

Er zijn volgens het onderzoek 2 mogelijke motieven voor de daling van 20%. Het eerste motief is dat gemeenten mensen vaker in de eigen regio hebben geplaatst, omdat dat voor cliënten zelf beter zou zijn dan opvang buiten de regio. Ten tweede wordt een financieel motief gegeven. Het opvangen van cliënten buiten de regio levert immers extra kosten op voor de centrumgemeente.

Centrumgemeenten zijn nu nog financieel verantwoordelijk voor beschermd wonen. Dit verandert per 2022. Vanaf 2022 krijgt elke gemeente een vast bedrag voor beschermd wonen. Dit brengt volgens het CPb het risico mee dat er een minder goede match gaat zijn tussen cliënt en specialistisch aanbod. Gemeenten waar veel faciliteiten zijn, krijgen namelijk minder budget en bouwen mogelijk hun faciliteiten af. Het rapport beschrijft een aantal beleidsopties om dit risico te verminderen. Dit kan bijvoorbeeld door de gemeente waar de cliënt vandaan komt mee te laten betalen aan het beschermd wonen. Andere opties zijn het handhaven van de centrumgemeenteconstructie binnen de regio en het (deels) compenseren van gemeenten voor de daadwerkelijke gemaakte kosten door de landelijke overheid. Nadeel van deze opties zijn dat de prikkel om ambulante begeleiding in te zetten, en daarmee te voorkomen dat mensen onnodig lang in een beschermde woonvorm zitten, zwakker wordt.

Wil je meer weten? Het volledige rapport vind je op cpb.nl