Ik heb het liefst altijd een vakantie gepland staan. Niet eens alleen voor de vakantie zelf, maar vooral voor het idee dat hij eraan komt. Een stip op de horizon. Iets om naartoe te leven, waardoor de kleine frustraties van alledag net iets beter te relativeren zijn.
Toen ik nog thuis woonde, was het vanzelfsprekend dat ik met mijn moeder op vakantie ging. Zij deed thuis mijn zorg, we leefden in hetzelfde ritme, dus samen weggaan was logisch. Tot ik op mezelf ging wonen. Ineens kregen we allebei ons eigen leven en begon het te kriebelen: ik wilde ook zelfstandig op vakantie.
Mijn dagelijkse zorgverleners meenemen zag ik niet zo zitten, dus begon ik online te zoeken naar iemand anders. Liefst iemand van mijn eigen leeftijd, met een beetje dezelfde interesses. Iemand met wie een weekendje weg niet alleen praktisch, maar ook gezellig kon zijn.
Na een paar berichtjes en een drankje kwam ik uit bij Isabella. We prikten een datum. Toch bleef ik het spannend vinden om het hotel echt te boeken. Hoe weet je na één drankje of je een heel weekend met iemand kunt doorbrengen?
Het antwoord: dat weet je niet. Dus boekte ik gewoon. Twee nachtjes Gent met mijn pgb’er.
In augustus was het zover. Ik haalde haar op en net na de lunch reden we Gent binnen. Na het inchecken in onze toegankelijke kamer trokken we de stad in. Omdat je elkaar nog niet zo goed kent, heb je in het begin genoeg gespreksstof. Tegelijkertijd gaf ze me de ruimte en liet ze mij bepalen waar we naartoe gingen.
Natuurlijk is het ook rekening houden met elkaar, zoals bij elke vakantie. Ik wilde best nog een extra rondje door de winkelstraat, terwijl haar benen al moe waren van het lopen. En ook bij het eten bleek het even puzzelen. Ik eet vegetarisch en zij is lactose-intolerant.
Het romantische beeld van uitgebreid tafelen in Gent maakte daardoor plaats voor een iets praktischere versie: ik met een Gentse wafel, zij met een appel. En toch voelde het goed. Zelf op pad, nieuwe plekken ontdekken, mijn eigen keuzes maken.
Maar ergens, heel stiekem, miste ik mijn moeder ook een beetje. Met haar kon ik mijn liefde voor lekker eten altijd delen. En eerlijk is eerlijk: met haar was die Gentse wafel waarschijnlijk gewoon met z’n tweeën opgegaan.
Bron: EigenWijs nr. 1, 2026