‘Bij het zeilen laat ik mijn beperking even achter op de wal’

Erwin Boven is een enthousiast zeiler. Omdat hij competitief is ingesteld, wil hij ook graag wedstrijdzeilen. Erwin is sinds zijn geboorte spastisch, en heeft daarom hulp nodig bij het zeilen.

De individuele begeleiding in de vorm van een pgb die hij daarvoor bij de gemeente aanvraagt, wordt in eerste instantie afgewezen. Gelukkig wordt dit besluit op aandringen van de rechter herzien.

Erwin (55) heeft Cerebrale Parese. Door een beschadiging in zijn hersenen heeft hij problemen met bewegen en vooral met zijn fijne motoriek. Dingen als schrijven en zelf eten en drinken bijvoorbeeld gaan moeilijk of helemaal niet. Hij krijgt huishoudelijke hulp met een pgb vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en persoonlijke verzorging met een pgb vanuit de Zorgverzekeringswet.

Vrijheid

Waar Erwin al bijna zijn hele leven veel voldoening uithaalt is zeilen. Hij zeilt bij een inclusieve zeilvereniging, waar ze aangepaste bootjes hebben voor mensen met een handicap. Erwin: ‘Het zeilen betekent heel veel voor mij. Als ik wegvaar in zo’n bootje, dan ervaar ik een enorm gevoel van vrijheid. Het voelt dan alsof ik mijn beperking op de wal achterlaat. Ik zeil mijn hele leven al, maar zonder begeleiding kan ik niet wedstrijdzeilen. Daarom vroeg ik een pgb voor begeleiding aan bij de gemeente Groningen.’

Afwijzing

De gemeente wees de aanvraag van Erwin af. ‘De gemeente oordeelde dat ik al voldoende maatschappelijk participeer. Ik was heel boos dat de gemeente dit voor mij ging bepalen. Ik had aangegeven dat ik wel eens naar festivals ga of uitga. Maar ik denk dat daarnaast een sport willen beoefenen geen hele rare wens is.’

In bezwaar

Als pluslid van Per Saldo besloot Erwin bij onze juridische afdeling aan te kloppen. Zijn zaak werd opgepakt door een advocaat van ‘De Graaf aan de Kade’, waar Per Saldo mee samenwerkt.

Advocaat Lina Veenman: ‘Een van de doelen van de Wmo 2015 is dat een ondersteuningsvrager op gelijke voet met anderen kan participeren in de samenleving, ondanks zijn of haar beperkingen. In het geval van Erwin oordeelde de gemeente dat hij voldoende werd gecompenseerd in zijn beperkingen in de zelfredzaamheid en participatie.’

Tijdens de bezwaar- en daaropvolgende beroepsfase werd door advocaat Veenman onder andere aangevoerd dat de gemeente niet zorgvuldig had onderzocht op welke manier Erwin al deelnam aan de samenleving en waarom het (wedstrijd)zeilen voor hem zo belangrijk is. ‘Door deel te nemen aan wedstrijden waarbij zowel mensen met als zonder beperkingen tegen elkaar zeilen, ervaart hij dat hij op gelijke voet met anderen kan participeren.’ Ook voerde Lina het ‘Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap’ aan. ‘Volgens dit verdrag moeten deelnemende landen passende maatregelen treffen om ervoor te zorgen dat personen met een handicap op gelijke voet met anderen kunnen deelnemen aan, onder meer, recreatie en sportactiviteiten. Ook hier was de gemeente aan voorbij gegaan.’

Toekenning

Uiteindelijk besloot de rechter dat de gemeente een nieuw onderzoek moest uitvoeren. Algauw concludeerde de gemeente dat de inzet van een maatwerkvoorziening in de vorm van begeleiding bij het (wedstrijd)zeilen voor Erwin noodzakelijk was. Erwin: ‘Ik heb 135 uur per jaar begeleiding gekregen voor het wedstrijdzeilen. Ik heb nu twee begeleiders die elkaar afwisselen en dat gaat hartstikke goed. Ik heb het er niet bij laten zitten en er werk van gemaakt. Maar ik denk dat veel mensen dat niet doen. En daar zit een rechtsongelijkheid in. Ik vind het heel jammer dat verstrekkers niet toekennen waar je recht op hebt. Ik wil Per Saldo en de advocaat heel erg bedanken voor de hulp, dat heeft echt het verschil gemaakt.’

Uit deze zaak blijkt dat het tot de taak van de gemeente behoort om altijd zorgvuldig onderzoek uit te voeren naar de beperkingen en de noodzaak van een maatwerkvoorziening op grond van de Wmo 2015. Van doorslaggevend belang kan bovendien zijn dat de gevraagde voorziening wordt ingezet om activiteiten uit te voeren die een prominente plaats innemen in het leven van de ondersteuningsvrager.