Naar de inhoud

Met ruim 24.000 leden is Per Saldo dé belangenvereniging van en voor mensen die verzorging en begeleiding nodig hebben en die dit zelf willen regelen met een persoonsgebonden budget (pgb).

Meer over Per Saldo

Lees voor

maart 2010

Indicatiestelling moet beter

Per Saldo pleit al jaren dat de beoordeling of iemand recht heeft op zorg uit de AWBZ en hoeveel zorg iemand nodig heeft, moet verbeteren. Woensdag aanstaande debatteert de Tweede Kamer over de zogenoemde indicatiestelling. Per Saldo heeft de Tweede Kamerleden met zorg in de portefeuille een brief gestuurd waarin wij vragen knelpunten onder de aandacht te brengen van demissionair minister Klink van VWS.

Onafhankelijke indicatiestelling

In haar brief van de 5 november 2009 gaat de staatssecretaris in op de toekomst van de indicatiestelling. De staatssecretaris legt in haar brief de nadruk op het vertrouwen in de zorgverlener en de vereenvoudiging van de indicatiestelling. Per Saldo waardeert de ontwikkeling van de zelfindicatie door verzekerden en de voortgang op het gebied van het elektronisch aanvragen. Ook staan we postief tegenover de in de Standaard Indicatie Protocollen (SIP) die zorgaanbieders kunnen gebruiken bij veelvoorkomende zorgsituaties en die snel een afgebakend indicatiebesluit opleveren.

Indicatie niet door zorgverleners

De staatssecretaris spreekt echter ook over om de herindicaties te laten doen door zorgverleners. Dit is voor budgethouders geen positieve ontwikkeling. Onafhankelijke indicatiestelling is noodzakelijk om

  • een bewuste keuze te kunnen maken voor het pgb
  • optimaal gebruik te maken van het pgb
  • af te stemmen op de individuele zorgvraag
  • een indicatie te krijgen uitgaande van de hulpvraag en niet van het aanbod van de betreffende zorgverlener

Toelichting

In het verleden heeft u kunnen zien dat maatregelen om de uitgaven te beheersen hebben geleid tot calculerend gedrag bij aanbieders. Door de indicatiestelling aan te passen wist men nieuwe inkomsten zeker te stellen en daarmee dreigende en ontstane tekorten te dekken.

Het verplaatsen van de huishoudelijke hulp naar de gemeenten heeft geleid tot een groei in de indicaties voor ondersteunende begeleiding en persoonlijke verzorging in de zorg in natura instellingen.

Bovendien moeten verzekerden weloverwogen kunnen kiezen tussen een pgb en zorg in natura. Zorgverleners zijn niet geneigd om de verzekerden objectief te informeren over de keuzemogelijkheid voor het pgb en over de mogelijkheden om bij andere aanbieders zorg af te nemen.

Terug naar boven


Keurmerk pgb-bureaus: scheiden van zorg en andere taken

Het breder toelaten van aanbieders in het indicatieproces staat een succesvolle implementatie van het keurmerk voor pgb-bureaus in de weg. In de opmaat naar het keurmerk hebben we in de gedragscode afgesproken dat levering van zorg strak gescheiden moet worden van andere taken, waaronder ook de aanvraag van indicaties valt (advies, bemiddeling en administratie). Dit om belangenverstrengeling te voorkomen, de regie en keuze voor een pgb bij verzekerden te laten en een indicatie te krijgen die past bij je hulpvraag en niet bij het aanbod van de zorgverlener.

Zorg en andere taken scheiden

Het is niet consistent om vervolgens  tegen zorgverleners te zeggen dat het allemaal best in één hand mag liggen, in het belang van de verzekerde. Het keurmerk kunnen we dan wel vergeten. We hebben gezien dat thuiszorgorganisatie UenZo alle ruimte kreeg om zelf indicaties te maximaliseren en daarmee alle ruimte had om misbruik te maken.


Terug naar boven


Geldigheidsduur van indicatiebesluiten

De uitspraken van de staatssecretaris om indicatiebesluiten voor levenslange beperkingen levenslang af te geven, hebben tot grote verwachtingen onder budgethouders geleid. De staatssecretaris spreekt over mensen met een zware lichamelijke en/of verstandelijke handicap, ernstige dementie, Huntington en over kinderen met een ernstige (terminale) ziekte.

Lange indicatieduur voor mensen met levenslange beperkingen

De range is veel breder en kan worden uitgebreid naar alle levenslange beperkingen, denkt u aan bijvoorbeeld mensen met een dwarslaesie, visuele en auditieve beperkingen, autisme en aanverwante stoornissen en een heel scala aan ernstige syndromen. Ook voor hen zou een langere geldigheidsduur een grote uitkomst bieden. Het zou tevens een flinke kostenreductie van de indicatiestelling opleveren, want veel herindicaties zijn nodig omdat de geldigheidstermijn verstrijkt en niet omdat de zorgvraag zich heeft gewijzigd. Budgethouders zijn bovendien prima in staat om zelf een herindicatie aan te vragen, mocht dat tussentijds toch nodig zijn.

Terug naar boven


Vervolg pilot participatiebudget

Op 31 december 2009 is de pilot ‘participatiebudget: werk en zorg’ afgerond. Daarmee zijn de eerste stappen gezet in de realisatie van een levensbreed participatiebudget, waarmee je de benodigde zorg, hulp en ondersteuning via 1 loket en 1 integrale indicatie aanvraagt, in 1 budget krijgt en in 1 keer verantwoord. Het kan budgethouders die gebruik maken van meerdere regelingen tegelijkertijd, veel energie, tijd en administratieve rompslomp schelen en hun mogelijkheden voor eigen regie en participatie verhogen.

 

Ondanks een moeizame start en de smalle invulling (enkel AWBZ in combinatie met WIA en nog altijd meerdere loketten) heeft de pilot veel bruikbare bouwstenen opgeleverd. Betrokken ministeries VWS en SZW hebben de Tweede Kamer hierover echter nog nauwelijks geïnformeerd, laat staan bekend gemaakt welk vervolg wordt beoogd. Per Saldo laat in haar laatste uitgave van EigenWijs (in bijlage bij de brief toegevoegd) verschillende deelnemers en betrokken uitvoerders aan het woord over hun ervaringen. Zowel budgethouders als betrokken uitvoeringsinstanties zien de meerwaarde van een participatiebudget.

 

De belangrijkste hobbels op weg naar het participatiebudget worden gevormd door wetgeving en de vereiste samenwerking tussen de verschillende departementen en uitvoeringsorganisaties. Per Saldo gaat graag met de diverse departementen in gesprek over vervolgstappen waarmee het participatiebudget weer een stap dichterbij komt en budgethouders daadwerkelijk onlast kunnen worden.

Terug naar boven


Integrale indicatiestelling

Budgethouders vonden het onder andere een groot gemis dat in de pilot participatiebudget geen integrale indicatiestelling was opgenomen. In het ‘Programma Stroomlijning Indicatieprocessen’ en het kader ‘Integraal Indiceren’ is wel aandacht besteed aan integrale indicatiestelling.

Onbekendheid bij betrokkenen

Per Saldo hoort echter nog steeds van ouders dat zij de verschillende indicatieprocessen ontzettend belastend vinden. Telkens weer moeten zij dezelfde gegevens op verschillende formulieren invullen en zelf diverse uitputtende beschrijvingen maken over de beperkingen en/of het ziekteverloop van hun kind. Het kader 'Integraal Indiceren' zou hiervoor een oplossing moeten bieden. Per Saldo hoort echter dat ouders en indicatiestellers niet op de hoogte zijn van het kader ‘Integraal Indiceren’. De betrokken instanties werken niet met elkaar samen en daardoor moeten de ouders met hun kinderen nog steeds de verschillende indicatietrajecten doorlopen.

Terug naar boven


Afstemming Bureau Jeugdzorg en CIZ

Nog altijd krijgen wij veel klachten over de onduidelijkheid tussen bureau Jeugdzorg en CIZ wie er indiceert. Dat leidt dan tot heen en weer geschuif tussen beide indicatieorganisaties en vertragingen in het stellen van indicaties. Budgethouders klagen bovendien dat zij zelf nog altijd gigantisch veel gegevens en verslagen moeten aanleveren om door een indicatiestelling van Bureau Jeugdzorg heen te komen. Die lastendruk is veel te groot. Ook worden ze daarbij nog altijd geconfronteerd met lange wachttijden bij diverse Bureaus Jeugdzorg, zeker bij de eerste indicaties. Deze klachten worden ook bevestigd in de derde rapportage 'Meld je zorg' van het Landelijk Platform GGz (februari 2010).

Centrale aansturing noodzakelijk

De aansturing van de Bureaus Jeugdzorg is versnipperd en leidt tot verschillende benaderingen. De minister van Jeugd en Gezin heeft dit ook onderkend. Een duidelijke en centrale aansturing is noodzakelijk.

Terug naar boven


Budgethouders harder getroffen door bezuinigingen

De nieuwe beleidsregels voor de indicatiestelling AWBZ 2010 zijn volop in werking. Uit de AWBZ-monitor van de gezamenlijke patiëntenorganisaties blijkt dat budgethouders meer bijdragen aan de beoogde doelen van de pakketmaatregel dan mensen die zorg in natura hebben (zie onderzoek ITS onder de gevolgen van de pakketmaatregel voor budgethouders). Wij vinden dat budgethouders onevenredig zwaar opdraaien voor het terugdringen van de uitgaven in de AWBZ. De aanscherpingen in de beleidsregels lijken bij voortduring zwaarder op de zorg thuis en de eigen regie door te werken. In het aangekondigde debat over de grenzen aan de zorg komen we daarop terug, maar deze problemen hebben ook te maken met de beleidsregels zoals ze nu zijn.

Geen oplossingen

In haar brief 30597, nr. 135 van 12 februari 2010 antwoordt staatssecretaris Bussemaker (VWS) op uw vragen tijdens het AO Zorgzwaartefinanciering d.d. 3 december 2009 (kamerstuk 30597, nr. 132) over de doorwerking van de pakketmaatregel begeleiding in de pgb's. Uit cijfers van Per Saldo blijkt dat het pgb voor nieuwe budgethouders met een zzp door de pakketmaatregel fors lager kan uitvallen. De staatssecretaris erkent deze achteruitgang. De benodigde “lerende” begeleiding is overgeheveld naar behandeling en daar is geen pgb voor mogelijk. De staatssecretaris kwam echter niet met oplossingen. Zij wilde een debat over de grenzen van de zorg thuis. Een noodzakelijk debat, maar de staatssecretaris loste daarmee een concreet probleem niet op.

Dalende budgetten

Per Saldo concludeert dat ondertussen wel de pgb’s flink dalen voor de zwaardere zorg thuis. En dat de kosten voor de in natura behandeling omhoog zullen gaan, omdat de reikwijdte van behandeling is uitgebreid met activerende begeleiding.

Concluderend

De budgetten voor de zwaardere zorg thuis gaan beneden en de kosten van in natura zorg zullen hoger worden. Deze problematiek heeft te maken met de beleidsregels en wij dringen er bij u op aan om de activerende begeleiding die naar de behandeling is overgeheveld, ter discussie te stellen. Er moeten weer meer mogelijkheden komen om de lerende begeleiding ook thuis in te kunnen kopen.

Terug naar boven


Ministerie negeert uitspraken rechter inzake indicatie in een zzp

De brief van de staatssecretaris van 12 februari (30597, nr. 135) eindigt met de volgende alinea:

 

"Ten slotte wil ik nog opmerken dat zorgkantoren gebruik kunnen maken van een CVZ beleidsregel, waarmee zij bij pgb-houders die in het hoogste ZZP per sector zijn geïndiceerd het pgb naar boven kunnen aanpassen. Dit is mogelijk als zij meer zorg nodig hebben dan waar ze volgens het geïndiceerde ZZP recht op hebben."

 

Er is niets tegen op een hardheidsclausule, maar wel als die wordt gebruikt om structurele problemen in de indicatiestelling op te lossen. In de brief staat dat  zorgkantoren meer pgb kunnen geven ook al is dit niet geïndiceerd. Een onmogelijke situatie voor budgethouders en zorgkantoren. Niemand weet op welke gronden een hoger budget gevraagd en toegekend kan worden.

Indiceren vanuit hulpvraag

Wat we bovendien merken is dat het ministerie van VWS en het CIZ deze hardheidsclausule willen verbreden naar meer zorgzwaartepakketten. Omdat de staatssecretaris het niet vermeld, doen wij het. De Centrale Raad van Beroep heeft uitspraak gedaan in een hoger beroepzaak van een budgethouder over het zzp (09/4232 AWBZ; 28 okt.2009). De uitspraak is dat het CIZ moet indiceren vanuit de hulpvraag en zich niet moet beperken tot het aanwijzen van een passend profiel zzp. Op 25 januari heeft de Centrale Raad van Beroep het CIZ opnieuw gemaand om te indiceren volgens de uitspraak van oktober (10/304 AWBZ, 25 jan. 2010). Het CIZ en het ministerie volgen deze uitspraak echter niet en zoeken een oplossing in het verbreden van de hardheidsclausule.


Terug naar boven